Sintermeerten > Over SMC > Blog
Blog Sintermeertencollege
april 14
Verboden vruchten

​Het thema van de afgelopen Boekenweek was 'Verboden Vruchten'. Dick Gebuys neemt ons mee in de wereld van Louis Paul Boon.

1. Aalst, stad van Boon…
Ik sta op het kerkhof van Aalst. In het gezelschap van een paar mensen van het Davidsfonds in Puurs, buurgemeente van Mechelen. De vorige avond heb ik een lezing mogen geven over het werk van Louis Paul Boon in hun woonplaats. Nu staan we aan zijn graf, vooraan op dit kerkhof. Een stukje verder ligt het graf van een familielid van Boon, dat ook verwant was aan de familie van Priester Adolf en journalist Pieter Daens.
Een van de Puurse gasten komt bij me staan. Hij wijst naar een gebouw aan de overkant van de weg.
“Kijk, Dick,” zegt hij. “Daar zat ik op internaat. In de jaren ’60. Toen Boon zijn grote jaren had, zeker bij jullie in Nederland. En ik wist hier in Aalst, niet dat die man bestond. Die was bij ons op school verboden. Dus die werd ook doodgezwegen. Dat vind ik nu met terugwerkende kracht verschrikkelijk, weet ge dat?!”

2. Verboden vruchten
Boon’s boeken waren dus voor katholieke jongeren verboden vruchten. Erger nog: zelfs als zijn boeken in de katholieke bibliotheken gestaan zouden hebben, dan zouden die jongeren er niet naar gevraagd hebben omdat de schrijver was buitengesloten uit hun literatuuronderwijs.
In deze Boekenweek van het thema ‘verboden vruchten’ denken wij bij zulke boeken en zulke passages uit boeken aan seks, erotiek, aan pornografie. Maar daarvan was bij Boon toen absoluut geen sprake. Toen hij in 1942 als debutant de Leo J. Krijnprijs won met ‘De voorstad groeit’, leverde datzelfde boek desalniettemin negatieve kritieken op uit de nazigezinde pers: Boon schreef te pessimistisch, zowel ten aanzien van de wereld als ten aanzien van de mensch <in het Aalsters dialect wordt die ‘sch’ echt uitgesproken!> in die wereld.
Het is deze zelfde kritiek die gevestigde schrijvers in Nederland na de oorlog ook hebben ten aanzien van bijvoorbeeld Gerard Kornelis van het Reve en Anna Blaman. Natuurlijk moet het voor de lezers in die tijd schokkend geweest zijn dat de laatste geen al te grote doekjes wond om haar liefde voor het eigen geslacht, dat zelfs haar pseudoniem daarheen tendeerde: ‘Ben liever als man’. Of dat de ik-persoon in Reve’s ‘Op weg naar het einde ‘ later zo geil geworden is op een loodgieter dat hij zichzelf met de herinnering aan die hemelse schoonheid bevredigt. Maar men viel vooral in de jaren ’50 over Reve’s sombere wereldbeeld in ‘De Avonden’. Zoals ook Paul Hardy daarover – niet minder verontwaardigd  als de oorlogspers – als recensent van de katholieke Gazet van Antwerpen ook na ’45 regelmatig viel bij Boon. Boon met zijn kritiek op kerk en burgerij. Boon die in ’46 zijn ‘Mijn kleine oorlog’ besloot met het venijnige ‘Schop de mensen tot zij een geweten krijgen’.

3. Schrijver, seismograaf die horizonten verlegt, grenzen openbreekt   
Boon schreef in zijn literaire kritieken in de communistische Rode Vaan, in het verzetsblad Front en in de Vlaamse Gids al over de taak van de schrijver een seismograaf te zijn, woelingen in de wereld te registreren en die voor de lezer in verhalen te vertalen. Maar een goede schrijver zoals hij was, verlegt voor ons lezers natuurlijk ook de horizon waarin we kijken. Maakt ons deel van een andere wereld die we nog niet kenden. Een schrijver breekt grenzen van de gevestigde orde en het gevestigde fatsoen open. Schopt tegen de muren van de macht aan. Een schrijver leert ons meer van onszelf begrijpen en leert ons zo met onze identiteit in die wereld waarin we leven om te gaan.
Maar de mannen en vrouwen van de macht willen vaak dit engagement van de schrijver helemaal niet. Vandaar deze botsingen tussen schrijvers en critici, tussen schrijvers en machthebbers. Tussen de vrijzinnig scribent en de puriteinse fatsoensrakker.

4. Jef Geeraerts 
Het is begin jaren ’90. Blandijnberg in Gent. Met leerlingen van VWO 5 heb ik opnieuw een gesprek met de Vlaamse schrijver Jef Geeraerts. Toen ik hem in de klas introduceerde, zei een meisje in de klas hardop en lachend tegen haar buurvrouw: “Dat is die man die al die negerinnen neukt!”
Zo begin ik ons gesprek vandaag. Met dit idee aan Jef over te brengen. Zonder het meisje met naam te noemen. Dat hoeft ook niet, want zij bekent luid lachend, nog harder dan toen in de klas ‘Oh, dat was ik!’
“Maar,” antwoordt Jef met een glimlach, “ik ben zes jaar in Congo geweest. Met hoeveel  vrouwen bedrijf ik de liefde nu helemaal in Black Venus? 12? Nu ja, dat is dus niet meer dan twee keer per jaar… dat is toch niet zoveel, zie je?”
Geeraerts kwam in opspraak met zijn boeken over Congo, over de zwarte vrouw, over de liefde tussen blank en zwart, over het koloniale optreden van de Belgen. Hij schopte tegen heel wat schenen met een krom geweten, maar hij schopte geniaal. En hij kreeg een Staatsprijs voor de Letteren, van de christendemocraat Frans van Mechelen, terwijl zijn boek door de socialist Vrankx verboden werd. Een geweldig literair werk, maar ook naar de fatsoensnormen van die tijd onzedelijk. En voor de koloniale erflaters van België (de ambtenaren, de missionarissen en de ondernemers) een boek dat hen natuurlijk abusievelijk schoffeerde. Jef mocht zowel wie hem bekritiseerde als wie hem de loftrompet blies, dankbaar zijn. Zij het onder de toonbanken van de boekhandels haalde de verkoop van zijn Black Venus-boek recordcijfers.

5. Jan Wolkers
Mijn ervaring met het andere geslacht ging niet veel verder dan de middenpagina van het enige blootblad van die tijd, de Lach. Vandaar dat ik heel veel leerde van Jan Wolkers en later van Jef Geeraerts. De laatste deed me ook van zwarte vrouwen houden en dat vond me heel verrijkend in een toen toch vrij verzuilde tijd waarin mensen heel erg in hun eigen groep opgesloten zaten.
Toen Wolkers ook film werd, werd hij veel meer gewoongoed in ons land. Ik herinner me dat mijn oom Tom en mijn tante Truus met veel plezier stukken uit ‘Turks Fruit’ voorlazen toen ze met ons op vakantie waren. En dat wij gezamenlijk op de Radetzki-mars de vader van Olga nazongen: ‘Tieten kont, tieten kont, tieten kont kont kont…”
Wie schetst dus mijn verbazing, dat ik op mijn eerste jaar op Sintermeerten (1979/1980 – het boek is van 1969, de film van 1973) boos gebeld werd door een moeder van een leerling uit Havo31. Ik deed toch wel erg gekke dingen?! Ik draaide een hele film die alleen maar over seks ging… dat moest ik met haar zoon erbij toch maar niet meer doen…

6. De oppervlakkige en de diepere betekenis  
Ik heb van Herman Pleij in de studie van de Middeleeuwse boeken al geleerd dat je onder het oppervlak van een tekst moet kijken. Dat je moet zien wat daaronder zit. Wat de diepere lagen en bedoelingen zijn.
Turks Fruit toont in de totaliteit van het verhaal, dat echte, oprechte liefde veel meer is dan seks alleen. En dat seks veel meer moet zijn, dan seks van en voor de man alleen. En dat was in 1969 een gedurfde boodschap, dat was het nog steeds in 1973 en dat mocht het ook in 1980 nog best zijn.
Dit geldt ook voor erotische boeken van Louis Paul Boon als ‘Zomerdagdroom’ en ‘Eros en de Eenzame man'. Waarom is seksualiteit in onze samenleving nog steeds zo’n probleem? Komt dat door die schrijvers die er open en bloot over schrijven? Of komt dat door die mensen die er liever over laten zwijgen? En door die machthebbers die het liever toedekken om de boel rustig te houden?

7. De taak van de schrijver
Een schrijver schrijft over wat hem bezighoudt, over wat hij waarneemt, waarover hij schrijven moet.
Jack Kerouac schreef over mannen ‘on the road’ in the States eind jaren ’40. Over een losgeslagen groep jongeren, verlangend naar onbeteugelde vrijheid, maar daarin ver over de schreef glijdend. Kristien Hemmerechts betoogt vele jaren later dat we zulke boeken beter zouden doodzwijgen, omdat ze met hun kijk op en omgang met vrouwen erg vrouwonvriendelijk zijn?
Ik vind dat grote bullshit, mensen. Boeken zijn dan opnieuw seismografen. Ze registreren. Als wij niet weten wat er onder mensen leeft, wat er onder de deken van de dagelijke schijn en hypocrisie borrelt, zouden we ook niet weten dat we daar iets aan moeten proberen te doen.

Schrijvers schrijven over wat er leeft onder terroristen, van welke kant die ook komen. Zoals Tommy Wieringa dat nu gedaan heeft, maar wat al veel eerder gedaan werd door Yasmina Khadra of – in zekere zin - door Fikry El Azzouzi. Schrijvers als Eric-Emmanuel Schmidt  of Natascha van Weezel schrijven over het schuren langs elkaar van de diverse culturen in onze wereld. Of als Rodaan Al-Ghalidi of Amélie Nothomb duiken ze in de rafelranden van onze wereld. Salman Rushdie valt die ontsporingen van islamitisch geloofsdenken aan in ‘The Satanic Verses’. Zouden zij dit niet mogen doen, omwille van onze veiligheid? Ik denk veel eerder dat zij dat moeten doen, ook omwille van die veiligheid.

8. Nieuwe preutsheid, veranderde normen     
Goede schrijvers zijn natuurlijk ook provocateurs. Laten we hen net daarom dankbaar zijn. Toen Louis Paul Boon katholiek Vlaanderen aan zijn voeten had liggen, met ‘Pieter Daens’, ging hij juist weer op hún tenen staan met ‘Mieke Maaikes obscene jeugd’.
Leven we nu in een tijd dat er veel meer kan dan toen? Ik denk het niet. Ik heb boven al enkele gevaren van moderne preutsheid aangestipt. Ik zou kunnen vertellen hoe leerlingen nu de klas verlaten om hun neus te snuiten, hoe ik me om moet draaien met het gezicht naar de muur om dat ook te kunnen doen, we kennen de verhalen van het douchen met zwembroek of onderbroek aan.
Ik wil met mijn laatste voorbeeld zover gaan, dat ik misschien ook wel op uw tenen stap.
De drie mensen tussen muren, verlaten in de gelijknamige, kleine linosneden-novelle van Boon de gevangenis en komen daarbuiten een klein, lief meisje tegen. Een klein lief onschuldig meisje, dat de harten van die drie die zolang niemand anders ontmoet hebben, sneller doet kloppen. Drie mannen die vanaf het moment van hun vrijlating omringd zijn door de mensen uit de buurt, met hun dorpsroddel, achterklap en gifspuiterij. Die muren optrekken. Drie mannen die zolang geen tederheid, geen geluk ontmoet hebben. Zodat ze meteen al ruzie krijgen nu ze hier een klein beetje van gaan voelen.
“Zorg, kommer en ellende, dat is voor allen samen, dat moeten velen samen dragen. Vrede, echter en geluk, dat wilt ge alleen bezitten.”
Het meisje, dit pure, lieve meisje, is hen teveel… en ze vermoorden haar. Om de vrede onder hen te bewaren. Om de zuiverheid voor haar te bewaren… Om haar niet ook het slachtoffer te laten worden van de mensen om haar heen met hun roddel, achterklap en gifspuiterij. Die hun muren optrekken in de smalle straat waarin ze zich terugtrekken.
Zou dit boek nog kunnen in deze tijd?
Kunnen vreemde volwassen mensen nog zulke, zuivere gevoelens dragen voor kinderen?
Is een schrijver die zoiets durft te schrijven nu niet in de ogen van de mensen om hem heen op een heel fout pad beland?
Ik heb dit stuk met leerlingen gespeeld. Hier in Heerlen, op een Boon-festival in Tilburg. Ik heb er een zaal stil van horen worden. Ik heb er veel complimenten voor gekregen.
Maar zou ik het nu nog kunnen doen?

9. Lezen of lezen
Het grote publiek riep uiteindelijk bij Boon, bij Geeraerts, bij Rushdie en al die anderen: “Mooi, mooi, mooi!“ Mooie boeken waren het en ze legden ze op de salontafel en keken er niet meer in.
Doe meer met die regels, die woorden, die boodschappen mensen. Kruip achter die woorden, ontvang de boodschappen, laat ze door je hoofd bewegen, begrijp wat er allemaal in deze wereld kan spelen en leer ervan. Word er meer mens door. Mens tussen de mensen. Zonder muren op te trekken. En word dus mens omringd door verboden vruchten die zo heerlijk fris kunnen smaken.
Dick Gebuys


april 11
Handbal

​Mijn voetbalcarrière was niet erg lang en nog minder indrukwekkend. Bij De Musschen in Rotterdam-Zuid, aan de Oldegaarde. De ploeg van Ome Dirk Nijs, oud-scheidsrechter, bobo in de Rotterdamse Voetbalbond, erevoorzitter van de club. De Musschen speelde doorgaans 2e klasse in het amateurvoetbal. Soms zelfs 1e klasse. Maar voor mij maakte dat weinig uit. Cees Lamsveld mocht bij DCL spelen (3e, 4e klasse), Leo Belder bij COAL (4e klasse), zij speelden tenminste iedere week. De Musschen had 12 aspirantenteams, ik zat in het 13e…
Vandaar dat ik op een bepaald moment op handbal overstapte. Ik ging naar Actief. Ik weet niet eens meer waar wij eerst ons veld hadden, samen met andere clubs achter bij de Charloise Lagedijk denk ik. Maar al gauw kregen we ons eigen veld, aan de Kromme Zandweg. ’s Zomers om de 14 dagen daar spelen, de andere week fietsten we naar dat oude veld om tegen de Schutters te spelen, naar Zestienhoven (voor Dynamo) of werden we gebracht naar Gouda (voor Snelwiek). In de winter speelden we in de zaal. Dan gingen we naar de andere kant van de Maas, voor de Energiehal, en naar Schiedam-Kethel waar ook een grote sporthal lag. 
Actief was de club van mijn vriend Frits Aalbregt. Of eigenlijk moet ik zeggen: het was de club van de familie Aalbregt. Want Frits speelde er al heel lang, zijn vader was voorzitter en zijn moeder was ook iedere week wel ergens op de velden te vinden. Met Frits had ik veel jaren samen in de klas gezeten op de Zuiderparkschool, mijn basisschool. Hij woonde ook niet ver bij me vandaan, in de Klaverstraat. Dan moest je langs dat kleine straatje, waar onze huisarts woonde en waar ook de vader van een vriend van Frits zijn praktijk had als tandarts. En langs een groot huis in de Gruttostraat dat van een dokter was – Walch – die ging over keel-, neus- en oren. Ik was daar gelukkig nog nooit naar toe hoeven gaan. Vond het ook maar een rare naam, Walch, walg… geen reclame dat die man zijn werk graag deed, toch?  En dan ging je daar bij dat Walch-huis weer de hoek om. En dan dat ene portiek van dat blok nieuwe huizen in die straat, daar woonde Frits. Tot hij ging verhuizen dan. Naar een mooi nieuw appartement aan de Kerkwervesingel, Pendrecht.
We woonden toen wel een eind uit elkaar, en we waren ook naar een andere school toegegaan, Frits na de Mulo op de Schere, ook in Pendrecht, en ik naar het Lyceum aan het Nachtegaalplein, vlak bij ons huis. Maar we bleven wel samen handballen bij Actief. En we bleven ook nog vrienden.
Frits zijn vader was boekhouder bij Nellen Kranenbouw aan de Sluisjesdijk op Waalhaven. Later werd hij procuratiehouder. Ik had er geen idee van wat dat was, maar het zou wel hoger zijn dan boekhouder. Nog later werd hij directeur. Nellen kwam toen aan de Doklaan, bij de Maastunnel, naast de Vuilverbranding te zitten. Ik begreep niet zo goed hoe zo’n promotie precies tot stand kwam, of die nu te maken had met die verhuizing naar de Kerkwervesingel, of met die naar de Doklaan… Maar ik begreep wel dat mijnheer Aalbregt bij Actief niets anders kon zijn dan voorzitter.

We hadden een leuk team. Sterspeler bij ons was Ruud, Ruud van Beek. Die scoorde als hij het op zijn heupen had aan de lopende band. Verder waren er Wouter en Arnold. Solide aanvallers. Frits zorgde vooral voor de opbouw en ik werd meestal als stootblok in de verdediging gebruikt. Ik kon mensen redelijk blokkeren, af en toe gecombineerd met een elleboogje hier en een knietje daar. In de aanval was ik van geen enkele betekenis. Of het moest af en toe zijn om iemand van de tegenpartij voor Ruud of Wouter of een ander van ons team af te schermen.
Eigenlijk werden wij altijd met gemak kampioen. Zo ontstond op een bepaald moment op het veld het idee, dat ik toch ook een doelpunt zou moeten maken. In de zaal scoorde ik weleens, die veldjes waren ook een stuk kleiner, dat was eigenlijk een heel ander spel. Maar op die grote velden buiten, lukte mij dat nooit.
“Wij gaan zorgen dat jij het 100ste doelpunt maakt,” besliste Ruud.
Het was in die doelpuntrijke wedstrijd in Gouda tegen Snelwiek, dat ik zoveel kansen om zeep hielp, dat dit zelfs de weekbrief van Actief nog haalde. We hebben die middag veel gelachen, dik gewonnen, maar Dick had niet om zichzelf kunnen juichen.
Waar was het de volgende keer? Ergens boven in Rotterdam. Zestienhoven of zo. Ik kreeg per ongeluk een bal, ik gooi even per ongeluk op het doel en ram, hij zit erin… de 103e geloof ik. Geen gouden randje dus, maar voor mij wel een gouden goal!

Het was niet de tijd van de luxe die we nu hebben. Ik nam af en toe een paar kwartjes mee, om niet alleen maar water te hoeven drinken, of om een stuk chocola te kunnen kopen, in de naïeve gedachte dat het me energie zou geven en kans op scoren. Maar ik had nooit veel in mijn portemonnee zitten. Die hoefde ik echt niet af te geven aan de moeder van Ruud, die op onze spullen paste als we speelden. Maar het was zo’n mooie portemonnee… een souvenir van echt leer uit Bouillon in de Ardennen. Stel je nou voor dat ze hem zouden pikken. Om die twee kwartjes die erin zaten ging het me niet. Maar die portemonnee wou ik voor geen geld kwijt. Dus gaf ik hem aan mevrouw Van Beek. Tot die keer, dat ik het gevoel kreeg, dat ze hem met een spottend lachje aan me teruggaf. Had ze in mijn portemonnee gekeken? Dan kreeg ze hem toch mooi nooit meer!

Wat mensen tot trainer maakte, ik had er geen idee van. Dat had ik eigenlijk ook bij De Musschen niet gekregen. Even trainde mijnheer Van Fulpen ons bij Actief. Die had ook oudere teams onder zijn hoede. Dus wij keken wel tegen hem op. Maar toen moest hij er ineens mee ophouden. Gezondheidsredenen geloof ik. Al zei ons dat toen niet meteen erg veel. Wij kregen een nieuwe trainer, die ons ook in de kerstdagen uitnodigde bij hem thuis langs te komen. Gezellig met het team te kletsen, oliebollen te eten en warme chocolademelk. Nu zou je dat teambuilding noemen. Toen onthielden we vooral de smaak van de wat kleffe oliebollen en de chocolademelk met een dik vel erop. Verder kan ik met niet herinneren dat hij ons veel over spel en spelsystemen leerde. Maar het kan ook best zijn, dat dit voor mij veel te moeilijk was en dat ik het niet goed in me opnam. Al kan ik me zelfs nu nog nauwelijks voorstellen, dat die man dingen kon verzinnen, die ik niet begreep… Laat staan dat hij ze dan ook nog kon vertellen… Ik vond zijn taalschat voor zover ik dan kon beoordelen, vrij karig…en de kook- of bakkunst van zijn vrouw was ook niet geweldig…
Je leerde ook wel anders tegen mensen en dingen aankijken in die sport. Zo woonde er bij ons aan de overkant een man van wie wij wisten dat hij in de oorlog ‘fout’ geweest was. Die lange man met die loden overjas en die bril met zwaar montuur en dikke glazen had op de hoek van de Beijerlandselaan ‘Volk en Vaderland’, het weekblad van de NSB, staan verkopen. Ik had geleerd hem hoogstens met een scheef oog aan te kijken, wanneer hij op straat langs ons liep. Maar nu kwam ik op de handbalclub zijn zoon Piet tegen die in de seniorenploeg speelde. Of ik zag hem op een feestavond. En die Piet bleek best een aardige kerel te zijn, ondanks zijn vader!
Op een gegeven moment komt Nico bij ons spelen. Lange knul, hard schot. Niet zo technisch begaafd als Ruud van Beek, maar wel een jongen met grote kwaliteiten. Nico raakt geblesseerd. We gaan thuis bij hem op ziekenbezoek. Ik ben gedoopt in de Nederlandse Hervormde Kerk. Ik heb altijd het openbaar onderwijs bezocht. De katholieke wereld ken ik niet. Behalve van hun schoolplein, waar ze in groepjes werden neergezet en dan klassengewijs naar binnen liepen. En van de paters die in de kerk naar binnen liepen die aan de Dorpsweg stond en de oude opaatjes in de Speeltuin daarnaast, van wie wij dachten dat zij ook pater waren. Sterker nog voor wat mijn paapse onwetendheid betreft: beelden die mensen uit de Bijbel uitbeeldden kende ik niet echt, of het moest zijn van de films die rond de kerst werden uitgezonden. Dus toen ik bij Nico kwam, in een huis vol met heiligenbeelden en een Christus aan het Kruis aan de muur, voelde ik me lichtjes ongemakkelijk worden. Kwam het daardoor dat ik toen ik dat schilderij van die drie evangelisten aan de muur zag, vroeg of dat misschien het ‘Cocktaltrio’ was?
Bij Nico mocht ik niet meer terugkomen. Handballen bleef ik nog wel een paar jaar doen, tot ik me vanwege mijn schoolwerk de tijd niet meer gunde voor sport. Zo zal het wel gekomen zijn, dat ik pas veel jaren later, bij zijn begrafenis, vernam dat een van mijn favoriete leraren – Ruud Nijdam – ook een fanatieke handballer was geweest, bij de Schutters.
Op Sintermeerten ben ik nog weleens een beetje aan het handballen geweest. Vooral in het docententeam dat een de klassencompetitie meedeed. Hoe kon dat ook anders, in een provincie waar zulke sterk handballers vandaan kwamen? Ik nam ook een voorbeeld aan Wim van Mulken, die speelde in de uit die handbalwereld meer bekende streek. En aan Ton Velraeds, oud-international, trainer van het Nederlands team.
En ja, als ik dan stukjes van het Nederlandse damesteam zie, komen toch die oude herinneringen wel weer bij me terug. Herinneringen aan die tijd aan de Kromme Zandweg, aan die zaal in Schiedam, aan dat 103e doelpunt.  
Dick Gebuys

maart 28
Visit from Mikumi

​De Tanzaniaanse leraren die bij Sintermeerten op bezoek waren, houden een dagboek bij. Zij vinden veel dingen bijzonder, maar herkennen ook een aantal zaken in school!

Sintermeertencollege in the Netherlands has an Exchange Program Support with Mikumi secondary school. Last year a group of twenty students from The Netherlands visited Tanzania and supported various projects; including Water project, Laboratory chemicals and apparatus, Electricity supply in Science laboratory and sports and games facilitites. In this year, 2017 the Sintermeertencollege has sponsored two teachers; Ilala Nyembeke and Fadhili Kivaria from Mikumi secondary school to visit their school purposely for exchange program in academic sector and other administrative area. The following is the highlights for the visit:

May God bless Netherlands and Tanzania!

DAY 16: MONDAY 03/04/2017
We left Amsterdam by 12:50 hours with the KLM flight towards Nairobi and then by Kenya Airways to Dar es salaam our homeland.

DAY 15: SUNDAY  02/04/2017
We went through Amsterdam streets in accompany by Mr. Jos son who lives in the Netherlands.

DAY 14: SATURDAY  01/04/2017
The plan was to go to Amsterdam for tour. This is the biggest city in Netherlands and the capital city. It is a busy city with more than one million people.
We visited the Hague and other areas in the Netherlands and we rest at Lodge in Netherlands.

DAY 13: FRIDAY  31/03/2017
We went to school to summarize some activities and say goodbye to teachers, students and staffs for their cooperation during our stay in the Netherlands.
In the morning we worked out at Mr. Jos office and there after we met some few students and teachers and say TOT ZIENS!

DAY 12: THURSDAY  30/03/2017
We went to Sintermeertencollege at 11:00 am and we had meeting with the Biology teacher. She showed us some teaching aids and materials she always use when teaching. She provided us some copies of biology books and charts to move with in Tanzania. In the afternoon we saw the movie of the students trip to Tanzania in 2016. This was a very good film. Some parents who were present at that movie were very much impressed to see how their children could perform so many activities in Tanzania.

DAY 11: WEDNESDAY  29/03/2017
We went to the International school, Afnorth school. This is real a big school and international. Currently, it includes 22 nationalities in the school.
It was very pleasure that we could find the Director of the school. He was very good to us as we held a little meeting with him telling him about our system of education in Tanzania and how they organize and facilitate learning at Afnorth. We told him about the challenges we are facing in Tanzania schools, including lack of education materials, human resource and school infrastructures.
The Director was very much interested with our speech and the way we presented issues and was able to keep us in contact so that in the days to come he and other staffs will assist us to solve some challenges in collaboration with the Sintermeertencollege our sponsors.
In the evening we were collected by two parents of students who visited Mikumi last year; Ilala went to Iris house and Fadhili went to Tara house for three days.

DAY 10: TUESDAY  28/03/2017
In this day, around 09:00 hour we left Heerlen and went to the Efteling place in Kaatvechel. The journey was about one hour and half car drive.
We saw many adventures in the park. There was music every point in the park. So many miracles telling stories were seen in the park. We couldn’t know whether things that we saw were fake or real. We experienced travelling with the little train. We played the moving ships, motor cycles and rolling machine.
We also went to the lifting house and enjoyed a lot. Thereafter we went to the music house. In the park we experienced a delicious meal too, the burger and salmons. This was new experience too. One major thing we learn from the park is that, people can apply technology, art and talents to create things.

DAY 9: MONDAY  27/03/2017
The day started early. We went to Lindergard primary school where we meet little children and their teachers. The school is very beautiful, and has many facilities necessary for learning. Children are very active and happy enough.
Students from all classes were able to ask questions and know a lot about Africa. This was a big lesson to us, as majority of Tanzania students seem shy to ask questions.
In the afternoon we went to ZUYD college. This is a big school near by Sintermeertencollege. We were accompanied by two colleagues, Minou and Jillin. They were very supportive to us as they guided us to show all the faculties and studies that are carried out in the college.
It was also a pleasure that on the way around, we met Mr. Gerard a man who visited  Mr. Ilala’s uncle in Tanzania in 2009. That was also a good luck to us.

DAY 8: SUNDAY 26/03/2017
This was another beautiful day for us. We travelled to the biggest and oldest city in Maastricht. We travelled by electrical train to Maastricht city. Along the way it was nice to see different villages via train windows. There are many things that we observed at this big city. We saw the nice Railway train station than ever before.
In Maastricht we observed large navigable river, good looking ships and boats as well as bridges.
We also saw the  old churches found in the city and the underground car parking as well as various shops and good arranged buildings.
In the afternoon we went to Parkstad area  and we saw cinema movie of the King Kong. It was very much interesting film. Many people were very much exited. During the movie every one of us had a Casserole  of Popcorn and a bottle of Coca-Cola.

In the evening we had a meeting with Mr. Jos’s friends who are preparing to travel to Tanzania at Mikumi and thus wanted to hear few things from us and discuss some agenda about the school.

DAY 7: SATURDAY 25/03/2017
This was a weekend  day with   sun weather and thus the environment was conducive for people to move around. There are different places that we visited;
We first attended the area of velour’s graves of  USA military army who fought for the WWW II  in The Netherlands
Thereafter, we went to the triple point, an area where three countries meet (Netherlands, Belgium and Germany). It was a funny because we also climbed the tower and made various pictures from that point.
In the afternoon we went to the coldest area in the Netherlands where we observed many people are  doing Skeen and  as well as snowballing.
Finally we climbed 557 steps up outside the Skeen area where we saw various areas of the Netherlands and German. The most interesting this was to view the solar panel from this view.

DAY 6: FRIDAY 24/03/2017
We also went to the school in the morning. We attended the Geography period. The lesson was about Population. The students were very much interested to hear a presentation from Tanzania. It was very nice. Everyone was interested to visit Tanzania. Students and teachers wanted to know what good things which are found in Tanzania. We were able to explain to them many things including; good weather, good people, lots of tourist places, good place for investments and many others.
There after we attended Biology class where students were doing practicals. It was very nice that the laboratories are fully of apparatus and chemicals, specimens and many materials.
After break, we attended a music class. The lesson was about hearing. Students and us could play the piano using the key tones given. We also played the drums very well using our own style. That was very great too.
Mr. Jos also showed us the source point of Heaters and Electricity at Sintermeertencollege. The area were so much impressive enough. They are fully of technology.
In the evening we walked around the railway line to see how electrical trains move.

DAY 5: THURSDAY 23/03/2017
This was a special day for us in the Nertherlands because we attended lessons, went to Maastricht Hospital and we enjoyed  various games at school and town.
In the morning, we attended Sports lessons. We played table tennis, Icehocking and Gymnasium.  These were very new events to us. Very Great!
There after we attended a Mathematics class. Students were discussing about Balancing Equations. They were given tasks to do and students used the chalk board to present their work and answers before their fellow students.
A subject teacher also made revision on statistics especially the Pie Charts. To us we saw how students were very active as per Mathematics subject.
In the afternoon, we went with Dr. Jerome to Maastricht Hospital. We saw how large hospital it is as we ever seen it anywhere. The hospital is very organized in terms of departments and services.  Doctors and Nurses seemed to be very busy with patients. There are Outpatients departments and Admission departments. Everything is organised. One thing interesting is how the town and roads have been organised. That is great!
Furthermore, in the evening we went to a very big restaurant in town. We ate very delicious food that we never taken. A Pizza – Fiama, it is prepared using a big plate. Once you eat, you become very tough and energetic.
It was a pleasure that we also played a ball game ( bowlen). We kicked the ball very strategic and funny. That is how the day ended.

DAY 4: WEDNESDAY 22/03/2017
The first lesson was about Economics. Students learnt about Buying and Working. Many concepts such Turnover, Sales, Profit and Market share were discussed. The knowledge learn is very applicable in daily life. For that matter as Tanzanians we learnt that these basic concepts in life are supposed to be taught to all students as general knowledge and as subject.
The second session attended was about English subject. The lesson was about Listening Skills. Students were given test to listen the video and answer the questions.
There was a lot to learn from the tasks. First learners were able to grasp information from the video presentation and answered well the test. This was new thing as majority of our schools in Tanzania do not practice this.
In the afternoon we went to the International school for walk with Mr. Jos’s family. It is good place for recreation. We saw big sheep’s with a lot of fur that we never see the before. That was good news to us

DAY 3: TUESDAY 21/03/2017
This was the first day to attend lessons in classes. We attended three lesson on the day. Lesson one was about Technology. Students learnt about different skills in Drawing figures. They had to draw figures using the concepts of Enlarging and Reducing objects by working keenly with the scale.
Lesson two was about Biology. Students were given real Heart to draw the External and Internal part of the heart. That was done as  test, we tried to observe how students were doing and found that majority were able to full fill the questions requirements.
Lesson three  was about Physics. Students were learning about Braking and Collision. The teacher tried to explain different concepts like the driving force, breaking force and the resultant force and how to compute problems using these concepts.
From all the lessons, as observers we learnt a lot for our school. For examples, all teachers were able to use teaching media in delivering lessons, students were very much participatory as all were doing the tasks given by teachers. Teachers are very close to the students as were able to assist them throughout the lesson. But one important thing is that in practical’s, students should be given real objects to observe in order to avoid misconceptions and there must clear instructions. Of course it is impossible to exhaust everything here.

DAY 2: MONDAY  20/03/2017
We travelled all along the way from Amsterdam to Heerlen by car. Everything along the road as we move was quite different from what we were used to in Tanzania. Planned country with very standard roads. No traffic seen along the road. No person was seen moving along the road. Real it was  marvellous!
When we arrived at the living place prepared for us, we could not sleep if we couldn’t go to visit the school for introducing ourselves. Thus we went to school where we met some teachers and some students  who showed us all the school compus.
After the visit at school we turned back to our living place at  Voerendaal street. This how the day ended.

DAY 1: SUNDAY 19/03/2017
The journey started at 06:30 a.m , when we left Mikumi  by bus to Dar es salaam. We also made a flight from Dar es salaam; 21:40 pm  to Nairobi at 23:00 by Kenya Airways. There after we changed another plane, the KLM from Nairobi 00:15 am to Amsterdam at  07:30 on Monday.
The journey was very much impressing. Everything was great to us. Taking a flight was a new thing to us. The food we ate in the plane was very much delicious. We were able to eat and drink whatever we could like. The journey was safe too. One  thing interesting was that, immediately as we dropped at Amsterdam our Hosts; Dr. Jerome and Mr. Jos Essen were ready at the airport waiting us. This became a first thing to believe that we are in the safe hands and country. Congratulations!
 

maart 19
Oerhout, oerlandschap, oergevoel

​Noord-Ierland. Prachtige landschap om ons heen. Wij staan in de in dit seizoen van het jaar drooggevallen bedding van een oude rivier. 1998. De Conferentie van de Caretakers of the Environment vindt plaats in de Ierse Republiek en in Noord-Ierland. Wij zijn nu ondergebracht in de gebouwen van de Coleraine High School. En hebben een dag buiten.
Ik heb van Noord-Ierland leren houden door twee vrienden-leraren, de protestant Clark Houston en de katholiek Hugh Rice. Twee leraren die over de grenzen van de tegenstelling tussen die twee geloofsgroepen en over de grenzen van hun gemeenschappen samen onderwijsprojecten doen, cross-cultural, cross-community.
Misschien komt het daardoor dat er voor ons weinig grenzen meer zijn. Hier staande in die zandkom, voel je ook de grenzen van de tijd wegvallen. Met stenen, oude stenen, oeroude stenen maken wij op een verhoging een mooie ster in dat zand. Die zal geruime tijd van op en afstand en uit de lucht waarneembaar zijn. Tot het water er tegenaan zal klotsen, en er misschien ook overheen zal vloeien.
Het geeft je een soort oergevoel.
’s Avonds zit ik aan de whisky met Paddy Burns. Paddy Burns is een kunstenaar van Rathlin Island. Wij zouden dat hier een eco-kunstenaar noemen, maar Paddy doet liever gewoon.
Ja goed, hij werkt met dingen uit het landschap van dit vulkaaneiland. Met hout, met steen, maar hij noemt zich liever gewoon beeldhouwer, kunstenaar. We praten over kunst, over het leven, over kunst en het leven. En bij het derde glas whisky komen we steeds meer op één lijn te zitten. Wordt het leven kunst…
Clarke en ik nemen ons voor om binnen niet al te lange tijd naar Rathlin Island te gaan, 16 mijl buitengaats bij Ballycastle. Paddy heeft ons een briefje gegeven met zijn adres: Paddy Burns, Rathlin Island. Telefoon heeft hij niet.
- Maar waar vinden we je dan, Paddy?
- In de kroeg.
Clarke en ik vermoeden dat er veel kroegen op Rathlin Island zijn. Meer kroegen dan huizen. 15 huizen en 18 kroegen of zo. Paddy lacht, schenkt zich nog een whisky in en geeft me een mooi bewerkt en gelakt stukje hout. Oud hout zegt hij, oerhout. Van Rathlin Island. Oerhout geheel van deze tijd gemaakt door de handen van Paddy Burns, sculptor, artist. Paddy Burns, Rathlin Island.

We hebben overdreven, Clarke en ik. Rathlin Island heeft volgens wikipedia 150 inwoners. Daar moeten meer dan 15 huizen zijn dus. En wie weer dus ook wel meer kroegen dan 18. Met Clarke’s familie heb ik nog altijd facebook contact. Zijn vrouw Jenny en zijn dochters Emma, Asleigh en Lara schrijven veel. Af en toe krijg ik een foto te zien van schoonvader Billy, over de negentig, veteraan uit de 2e Wereldoorlog, bij de RAF. Billy leerde me woordjes in een dialect. Ik denk niet dat dit Gaelic was. Gaelic is geen taal voor een loyalist. Gaelic is in Noord-Ierland de taal van de republikeinen, de katholieken. En Gaelic is in een oeroude versie de taal van Rathlin Island. De taal van Paddy Burns.
We zijn nooit bij hem geraakt, Clarke en ik.
Jammer eigenlijk.
Want hij deed grenzen tussen het landschap en de kunst voor mij vervagen. En tussen landschap nu en landschap toen. Want hij leerde me wat stilstaan betekent in de kunst. Stilstaan bij de kleine dingen. Bij kleine oude dingen. Zoals dat door hem tot kunstwerk omgetoverde oude stukje hout. Wie weet hoe oud al. Wie weet hoeveel honderden jaren het daar in de bodem verborgen heeft gelegen, op Rathlin Island. En wie weet van welke duizenden jaren oude boom het deel heeft uitgemaakt.
En toen gaf hij het me. In 1998. En nu kan ik het nog gewoon beetpakken, in 2017.
Daar moest ik ineens aan denken toen ik zondagochtend in ‘Vroege Vogels’ hoorde dat er een oeroud bos was teruggevonden, 13.000 jaar oud, in Leusden bij Amersfoort. Hoe abstract het ook mag klinken, door Paddy Burns kan ik me er iets bij voorstellen. En daar in die bodem liggen dus duizenden stukjes kunst. Oerkunst… 
Dick Gebuys

maart 09
Wolf Biermann 3/3

​Deze nazomer zag ik in Aachen de autobiografie van Wolf Biermann liggen. In Berlijn, in een mooie, oude boekhandel in de Fasanenstrasse, kocht ik het boek. En binnen een mum van tijd was ik verloren in zijn boeiende verhaal. Schokkend ook soms, leerrijk, perspectief verschuivend, wakker schuddend. Warte nicht auf bessre Zeiten, nee, geniet die volledig waar je bij bent, hier en nu.
Ik moet en zou hem gaan zien. Irgendwo. Veertig jaar te laat, maar dan nog…
Berlijn was natuurlijk het mooist. Maar dat was op data en dagen dat ik onmogelijk kon. Hamburg was al voorbij. Bamberg, 9 februari. Dat zou kunnen lukken. Waar ter wereld lag Bamberg?

Het is donderdagmiddag. De regionale trein komt precies op tijd het Station van Bamberg binnen. Ik loop langs de krantenkiosk naar buiten. Neem een taxi.
- Ben je een ijshockeyliefhebber? vraagt de taxichauffeur.
- Hoezo?
Hij wijst op mijn Spartasjaal.
- Daarom!
- Nee… dat is geen ijshockey. Dat is een voetbalclub uit Rotterdam.
- Rotterdam? Dat is toch Feijenoord…
- Ja… maar dit is zoiets als.. München 1860…
We krijgen het over voetbal. Het Nederlandse voetbal. Hoe goed dat wel niet was. Vroeger…
- Met Van Basten!
- Ja, zeg ik. En Goelit…
- Maar wat kom je hier dan doen…
- Ik kom voor het literatuurfestival…
- Ah, voor Wolf Biermann! Speciaal uit Nederland voor Wolf Biermann?!
- Ja, ik wil hem gewoon nog een keer zien…
- Ach ja, Biermann…
- Die man heeft wel heel wat meegemaakt.
- Dat heeft hij zeker…
- …
- Wist je dat hij tien kinderen heeft?
- Ja, dat weet ik.
- Hij moet dus populair bij de vrouwen geweest zijn…
- Ja…
- Hij ging met een vrouw – Eva Maria Hagen – naar Hamburg, toen hij ausgebürgert was, maar hij had ook een relatie met een andere, jongere vrouw en met de dochter van zijn vriend Robert Havemann. En hij heeft toen bij die laatste twee allebei een kind gekregen…
We lachen. Bij mannen weet je nooit precies of dat uit vermaak (om de complexiteit van het lot), jaloezie of bewondering is…
Als ik uitstap zegt ik dat ik hoop dat hij ook gaat zingen vanavond en dat ik toch nog zijn nieuwe vrouw Paméla hoopt te zien.
- Een mooie jonge vrouw, voeg ik toe.
De chauffeur lacht breeduit terwijl hij mij mijn grote tas aanreikt.
- Weet je wat het is, die mannen die een bekende ster zijn… die hebben die vrouwen aan hun voeten… wij hebben dat niet…
We lachen breeduit. Of is het de lach van een Bayersche boer met kiespijn?

Die middag kom ik in de winkel van het Karmelitenklooster. Ook geen dagelijkse loop natuurlijk. Ik koop dingen die mij voor zo’n gezondheids- en gebedswinkel wat vreemd voorkomen: een flesje vijgenlikeur en een pakje liefdesthee… Ik hoopte dat er ook thee tegen de verkoudheid zou zijn. Voor de verzorging van mijn eigen keel die door een griepaanval nog wat raspt. En voor mijn moeder van wie ik vrees dat ik haar ziek heb gemaakt… Maar zulke kruidenbuideltjes zijn er niet, mein Herr…
Ik loop terug. Ga mijn batterij letterlijk en figuurlijk nog wat opladen voor vanavond. Mijn avond mit Herr Biermann.

Die avond waag ik het erop te gaan lopen. Het is zes uur. Ik heb twee uur om te lopen en wat te eten. De taxichauffeur vanochtend schatte het op hoogstens drie kwartier lopen, de receptioniste in het hotel meende dat het toch wel 5 kwartier zou kosten. Ik loop de verkeerde weg in. Ik loop nog een verkeerde weg in. En nog een keer. Vanmiddag leek het zo makkelijk het Stadtmitte te vinden. Maar nu, in dat donker.  Ik ga eerst maar een hapje eten… daar is een Asiatisch restaurant…
- Sorry mijnheer, wij zitten vol…
Opnieuw die weg langs dat hek, met dat uitzicht op de Dom. Ja, natuurlijk, nu weet ik het weer. Hier moet je rechtdoor. Dan kom je bij die straat naar beneden uit… Even later sta ik in de schemering op een plein. Ik vind met moeite staatnaambordjes. De Unterer Kaulberg. De Judengasse. Maar als ik die dan gevonden heb, weet ik nog niet goed waar ik ben. Ik moet de Regnitz ergens oversteken. En dan voor mijn gevoel en na mijn blik op de kaart, moet ik naar rechts… toch? Voor de veiligheid maar even vragen…

-    Entschuldigung… Konzerthalle?
-    Hier, naar links, dan het water over en altijd maar rechtdoor…
Naar links? Net de andere kant op? Klopt dat wel? Straks sta ik bij een ander theater… voor de verkeerde Biermann… Zal je altijd zien. Net nu ik daar al die moeite voor heb gedaan, gaat het natuurlijk niet lukken… Ik vraag het nog een keer of vijf. Maar steeds blijft de richting gelijk. Ik moet nog een keer een brug over de Regnitz over, en dan rechtdoor. Dan kom ik op een parkeerplaats en dan zie ik een verlicht gebouw, daar is de Konzerthalle, daar moet ik zijn. Zeggen ze…
Om kwart over zeven sta ik eindelijk ervoor. Door die zee van licht gelopen… Klaar om binnen wat te gaan eten…
Nog even vragen…
- Wolf Biermann
- Ja, ja, doch…
De deur is nog dicht. Ik zucht. Zie het vitrinelicht in de koffiebar. Zie Pretzels.
- Ja… zegt een man achter me. Dit is Duitsland…
Ik steek de straat over. Geen restaurant. Ik loop de straat verder door. Een grand café. Gelukkig. Ik ga zitten. Gelukkig.
- Een aardappelsoep. Een sandwich. Een bier… Raucherbier?
- Haben wir nicht…
Ik bestel iets anders lokaals, dat er wel is.
En ik loop naar beneden. Voor het toilet. Daar doe ik een bijzondere ontdekking. Via de kelder kun je door lopen, terug naar de Konzerthalle… En dan kom je er kennelijk wel al binnen.
Maar ik ga eerst mijn soep opeten en kleine slokjes van mijn lokale bier proeven.
Aardappelsoep… klopt mijn herinnering dat in de hongerwinter ook aardappelsoep werd gegeten? Op internet vind ik daar vage verwijzingen naar. Het is ook niet zo’n gek gerecht in die tijd, omdat het vrij voedzaam is. Maar mijn moeder ontkent het, als ik navraag doe.
- Daar herinner ik me niks van hoor, aardappelsoep… Dan moesten we toch eerst aardappels hebben?! En die waren er niet!

Ik loop wat zweverig door de kelder naar de Konzerthalle. Het is nu veel drukker dan daar net, voor de deur buiten. Er staan honderden mensen. Ik voeg me in de rij en wacht tot ik naar binnen kan in de Hegel Zaal.
Georg Wilhelm Friedrich Hegel. In 1807 voor korte tijd werkzaam als redacteur bij een plaatselijke krant in Bamberg. De man die de idee van het dialectisch proces – van Fichte en Kant – weer oppikte. Die vandaaruit zocht naar een diepere, rijpere waarheid. Voor de mens was er het bewustzijn van de uiterlijke wereld, was er het zelfbewustzijn en was er uiteindelijke de synthetische poging het een met het ander te verzoenen. Zoals Biermann dat poogde in zijn liederen. Op zoek naar die absolute waarheid voor het bestaan als DDR-bürger. These: de DDR-idealen; Antithese: de harde, bittere werkelijkheid van alledag; Synthese: de wereld, de liederen en het verhaal van Wolf Biermann. Zeer zelfbewust, maar zich daarin ook terdege bewust van iedere facet in die bedreigende werkelijkheid die hem omringde.
Ik ga naar binnen. Zoek een plaats op. Niet té opvallend. Niet té ver vooraan…
Ik praat met de vrouw naast mij. Beiden vinden we dat we hem toch nog minstens één keer moesten komen zien. Eindelijk, voeg ik daaraan toe.
We wachten. Kijken. Zien mensen binnenkomen. Genodigden. Betrokkenen. Wichtigmacher. De een loopt nog meer als de belangrijkste organisator van het literatuurfestival dan de ander. Twee hebben er een microfoon. Klein gereedschap voor het bevestigen van overmacht. Dan komt ineens de grote, kleine Biermann zelf binnen. Ik kijk natuurlijk de verkeerde kant uit. Zie hem later, als hij al bijna zit.
Ik probeer wat foto’s te maken. Maar durf niet te veel op te staan. Past niet in de Duitse geplogenheden, vrees ik. Onder Biermann’s verhalen loopt er een vrouw naar voren om een foto van dichtbij te maken. Biermann kent dit soort foto’s, foto’s die gemaakt worden zonder dat je daar zelf nog iets over te zeggen hebt. Hij heeft met deze foto’s leren leven, omdat hij ze niet kon weigeren. Maar nu is de almacht van het staatsapparaat al vele jaren verdwenen. Nu kan hij die vrouw bot op haar inbreuk op zijn privacy wijzen en haar wegsturen, terugsturen.
Biermann regeert zo het hele gebeuren: de verhalen die hij vertelt, de fragmenten die voorgelezen worden, de geluidsfragmenten die we beluisteren. Maar hij doet dat op een sympathieke, charmante manier. De moderator lässt es gewähren. Biermann hééft immers ook een aangrijpend, diep ingrijpend verhaal.
Als het dan na meer dan twee uur gedaan is, kijken mijn buurvrouw en ik elkaar enthousiast aan.
Toll war es, nicht? Wij zijn meer dan tevreden als we de zaal uitlopen. Ik had alleen wat meer over Oma Meume willen horen, de moeder van Emma waarover de kleinzoon in het boek zo mooi schrijft. En ik had gehoopt iets van Paméla te mogen zien. De vrouw met de schoonheid uit de 20’er jaren. Uit de kleine cabarets, de liederen van Brecht en Eissler, de verhalen van Christopher Isherwood, de zangeressen met die betoverende stemmen…

In de foyer schuif ik aan met mijn autobiographie. En met dat boek dat die heerlijke titel draagt die zoveel herinneringen terugbrengt aan een stad die me heel dierbaar is Berlin, du deutsche Frau en de twee cd’s die ik net gekocht heb – Warte nicht auf bessre Zeiten en de cd samen met het Jazz Quartett nu en ook Paméla – en het boek met alle liedteksten en gedichten Im Bernstein der Balladen. ’The queue is on the right’ heb ik ooit op een veerpont tussen Hoek van Holland en Harwich geleerd, maar hier schijnt geen queue te zijn. Overal vandaan schuiven mensen rustig aan en wachten op hun plaats. Vlak voor me wordt iemand met een halve meter boeken doorgestuurd. Maar als ik vertel dat ik helemaal uit Nederland komt, neemt de meester tijd voor mij. Schrijft netjes ‘Voor Dirk’ in de autobiografie. Met handtekening eronder. Dirk is mijn doopnaam en in Duitsland en België ben ik liever Dirk, omdat ze daar Dick een vreemde naam vinden…
Inmiddels is Wolf Biermann me aan het vertellen dat hij eens in Amsterdam een mooi optreden heeft gehad, door Nico Haasbroek georganiseerd, ooit een belangrijk man in de Hilversumse mediawereld.
- Maar, zo zegt hij me met een ondeugende twinkeling in de ogen. Ik heb de fietsen niet meegenomen hoor!
Ineens is die oorlog daar weer. En even later ook de Dood.
- Kom je uit Heerlen? Ik heb nog een vriend gehad in Kerkrade. Maar die is dood…
Ineens staan we heel dicht bij elkaar. Maar ik vrees die rij wachtenden achter me. Ik leg mijn hand op zijn hand en bedank hem voor de avond.
Bij de garderobe bel ik een taxi, die buiten staat te wachten. We rijden terug naar het hotel in het Arcadenklooster.
In de vraag naar Biermann van de chauffeur, lag volgens mij de suggestie besloten, dat hij arrogant zou zijn.
- Nee hoor, hij is absoluut niet arrogant, werp ik tegen. Absoluut niet.
- Maar hij komt wel voor zijn mening uit. En hij valt mensen aan die hij schuldig acht aan alles wat er met hem en met de DDR indertijd gebeurd is. Zoals hij dat deed bij zijn optreden in de
Bundestag, in 2014. Toen de muur 25 jaar gevallen was. En hij daar uitviel naar die Linke. Omdat de vroegere leden van de SED bloed aan hun handen hadden.
De chauffeur reageert als door een wesp gestoken.
- Die Linke? Wat hebben die daarmee te maken?
- Er zijn veel leden van die Linke oud-leden van de SED. Daar zitten veel huichelaars onder. Zoals Gregor Gysi. Die dissidenten verdedigde en daar tegelijk als advocaat veel geld mee verdiende…
De man mokt wat, geloof ik.
Sympathiseert klaarblijkelijk met die Linke. En dat in een voor mij oerconservatief CSU-bolwerk Beieren.
Wat zit ik hier de tapfere Feigling uit te hangen? Ik heb nota bene zelf die Gysi met zijn vilein-nichterige stijl van interpelleren jarenlang bewonderd…
- Maar er zijn ook andere mensen bij die Linke natuurlijk… Oscar Lafontaine bijvoorbeeld…
Is die nog wel actief, die Lafontaine?
We groeten elkaar toch nog hartelijk, lijkt het. Ik loop naar mijn hotelkamer. Na de buitendeur met mijn eigen sleutel te hebben opengemaakt. Ik speel die film nog eens terug van Biermann’s optreden toen in 2014. Hij noemde zichzelf sarcastisch de ‘drakendoder’ en die Linke het ‘drakengebroed’. Dat weliswaar niet meer gedood hoefde te worden. “Sie seien der elende Rest, dessen was zum Glück überwunden wurde.” En, we hoeven ons over hen niet druk meer te maken, want: “sie sind geschlagen”! Mensen zijn het, die hun ogen blijken te sluiten voor de geschiedenis van het heden. Gek dan, dat hun fractievoorzitster toen stelde dat de man die zijn ogen open hield voor wat gebeurd was “een oude man was, die in de tijd is blijven hangen.”
Ik luister naar zijn lied ‘Ermutigung’, zijn tekst ter bemoediging:
“Du, laß dich nicht verhärten
in dieser harten Zeit.
Die allzu hart sind, brechen,
die allzu spitz sind, stechen
und brechen ab sogleich.
Du, laß dich nicht verbittern
in dieser bittren Zeit.
Die Herrschenden erzittern
- sitzt du erst hinter Gittern -
doch nicht vor deinem Leid.
Du, laß dich nicht erschrecken
in dieser Schreckenszeit.
Das wolln sie doch bezwecken
daß wir die Waffen strecken
schon vor dem großen Streit.
Du, laß dich nicht verbrauchen,
gebrauche deine Zeit.
Du kannst nicht untertauchen,
du brauchst uns und wir brauchen
grad deine Heiterkeit.
Wir wolln es nicht verschweigen
in dieser Schweigezeit.
Das Grün bricht aus den Zweigen,
wir wolln das allen zeigen,
dann wissen sie Bescheid"
De volgende ochtend neem ik een taxi terug naar het station. Ik vraag de man langs de synagoge te rijden. Bamberg is een oude stad, bijna ongeschonden de oorlog doorgekomen. Deze synagoge blijkt niet ongeschonden de oorlog te hebben volbracht. Ik probeer me voor te stellen wie hier nog Joods was, na de Krieg. En waar dat de Joden samen kwamen vóór de oorlog. In de Judengasse?
Ook voor de Jood die in Europa leefde voor 1940 en voor de Jood die de Holocaust onderging, zette Biermann een heel mooi monument neer. Daarmee dus in navolging van zijn grote voorbeeld Yizschak Katzenelson een gedenkteken nalatend voor al die doden: Zing voor hen, zing over hen, zing, zing, zing! Zing over alles wat je in het leven treft, alles wat je bezighoudt, alles wat je pijn doet. Zing, zing, zing!!!
Dick Gebuys

maart 03
Wolf Biermann 2/3

Hegelsaal. Konzerthalle. Bamberg. 9 februari 2017
We horen Biermann vertellen. We horen een acteur stukken uit de autobiografie voorlezen Warte nicht auf bessre Zeiten… Af en toe werpt te moderator een vraag tussendoor, als hij daartoe de kans krijgt. En we luisteren naar geluidfragmenten. Opnames gemaakt in de Chausseestrasse, bandopnames uit het archief van de Stasi. 
De moderator Andreas Öhler – journalist voor Die Zeit en vriend van de schrijver – noemt Wolf Biermann aan het begin van het gesprek (terugblikkend op alles wat hij in zijn DDR-jaren en daarna heeft meegemaakt) een grootmoedig mens. Biermann bevestigt, dat hij in die jaren zijn hand regelmatig in de worstmachine heeft gestoken.
“Ik kan niet geloven dat ik nog in leven ben,“ stelt hij. “Dat is geen gewoon wonder, dat is een wonderbaarlijk wonder… Ik als Jodenzoon en als communistenkind.”
“Mijn moeder Emma vocht tegen Adolf Hitler met mij, haar zoon, als wapen. En ik moest communist worden om de mensheid te redden. Uit die kleine Biermann, daar zouden wij ons iets kunnen maken! Vader Dagobert Biermann zat voordat hij in Auschwitz belandde en daar vermoord werd eerst in Bremen gevangen voor zijn verzet tegen de Nazi’s. Wolf ging daar uit Hamburg wel heen met zijn moeder. Naar die ‘innig vertrauter, fremder Mann’. Op een keer zong kleine Wolf daar voor zijn vader ‘Bomben auf Engeland’ – het Nazi-lied van Goebbels en Göring…
Emma en hij kregen de oorlog ook mee door het wedervaren van zijn grootouders, haar schoonouders. De Joodse familie Biermann. Zijn neef Peter. Ze kregen een ster te dragen. En ze werden uiteindelijk ook naar Polen gedeporteerd. Wolf herinnert zich hoe ze nauwelijks iets mee namen, alleen maar een vogelkooitje.
“Alsof ze wisten dat ze niet meer terug zouden komen…”
De hele oorlog kenmerkte zich door ongewone gebeurtenissen, door ongewoon gedrag.
Het was in 1943. De geallieerden zetten de stad Hamburg in vuur en vlam. De bommen vallen op stad en maken dat ze in voortdurend oorlogsgevaar verkeren. Maar ze weten te overleven. Kleine Wolf heeft daarbij een oervertrouwen in zijn Moeder. Maar de Dood belaagt het kind: op het eind van een bombardement is hij opeens nog maar alleen. Er is geen moeder meer te zien. Die tijd van dat oervertrouwen is plotseling voorbij, lijkt het. Wat is er aan de hand? Waar is ze? Hij ondergaat het vuur van bommen, midden in die oorlogsnacht. Hij vindt zijn moeder terug, klemt zich aan haar vast, kijkt angstig naar de doden die overal om hen heen in het gras liggen.
“Ik hoorde het knetterende vuur van de hel!”
De hemel bleef tot aan de ochtendgloren zwart van alle rookwolken. Maar dat alles was niet de Dood, dat zijn de doden…
“Die jaren in de oorlog, dat was voor mij een leertijd voor mijn hele leven…”

De echte strijd voor Biermann was die tegen de DDR-Staat. Een strijd met verbondenen. Zoals Robert Havemann. En met een vrouw, Brigitte Soubeyran die op de rem trapte. Terwijl hij er juist aanmoediging voor nodig had. Immers, “feig bin ich, allein im Bett sind viele tapfer!
En toch, hij stond op tegen het logge machtsapparaat van de SED, tegen de afluisterpraktijken en buurtspionages, tegen de bedreigingen en aanslagen: “Los, kleiner Biermann!
Daar trof hem ook het lot dat hij het kind van een kampslachtoffer was. Als de angst met toch in haar greep kreeg, dan kwam daar de gedachte aan zijn vader, en aan Emma…
“Die opvoeding als een voorbeeld voor de mensen, de dingen die ik meegemaakt had… dat was nu eenmaal mijn lot. Daar werd ik voortdurend mee geconfronteerd. Ook door mijn moeder zelf.”
Hij zat op school in Hamburg. Hij haalde daar een 5  voor wiskunde. Hoe reageerde mijn moeder: “Dus daarvoor is je vader in Auschwitz gestorven?!

Wolf ontkwam er niet aan, aan de druk van het ideaal, het geloof in die andere, betere wereld, de tranen van Oma Meume, het verlangen van moeder Emma – hij móést en zóú naar het Oosten: daar kwam het Communisme, de droom van zijn moeder zou eindelijk uitkomen, daar lag straks het geluk van het leven.
Mijn moeder mocht niet meekomen, dat zou desertie zijn van de wereldrevolutie! Zij moest in Hamburg blijven!
Maar dat vond ik natuurlijk niet zó erg. Als puber ben je graag alleen. Bovendien was de Partei mijn Moeder en de Staat mijn Vader…
Het was in mei 1953, twee maanden na de dood van Stalin. Op school in Gadebusch was er een ceremonie waarbij wij ons geloof moesten afzweren. Zat daar een meisje dat zei: “Ik geloof in God…” Toen viel er een stilte. Een rij leraren die naar hun schoenen stonden te staren. Er rij jongeren namens de FD Jot. Een dikke blonde vrouw die er op los begon te kijven “so ekelhaft, daß ich es nicht fassen könnte.
Hij kende het woord, Religion. Hij wist dat men zei, dat Religie Opium van het Volk was. Maar wat was de echte betekenis van die woorden? Religion? Opium? Volk?
En dan ook nog als jongen die dat Auschwitz brandmerk had…
Nee, die DDR, de Partei, dat waren ‘alte Nazis’. En die mensen bij ons op school, dat  waren allemaal idioten…
Op 17 juni 1953 zou in Berlijn een arbeidersopstand ruw door Sovjet-soldaten worden neergeslagen 

Uiteindelijk werd Wolf medewerker van het Berliner Ensemble – het oude gezelschap van Bertold Brecht waar hij veel steun ondervond van Hans Eissler – en ging hij studeren aan de Humboldt Universität, Wirtschaft. Want het was in het tijdperk, dat alles om de economie draaide, om de plan-economie. Immers, alleen goede communistische, goede communistische Ökonomen, zouden das Notwedige doen. Dus studeerde ook Wolf Biermann economie. Maar hij schreef ook al gedichten. Het was tegelijk de tijd van Chroetsjov, van de Stalinistische Enstalinisierung. 1956. Een poëziemanifestatie aan de Akademie der Kunsten. De tijd dat Wolf het etiket contra-revolutionair opgeplakt zou krijgen. Vanwege zijn gedicht Die Alte Genossen.      
Was hij voortaan geleidelijk aan steeds meer veroordeeld tot verschansing in zijn huis aan de Chausseestrasse 131, hoek Hannoversche Strasse. Al volgde eerst nog een toneelstuk van het BAT – Berliner Arbeiter und Studenten-Theater. Een stuk, “für die Mauer, gegen die Partei, gegen die falsche Politik der Partei.
Het leverde Biermann het etiket ‘politisch unreif’ op, een “Hausverbot, im eigenen Haus.” Dat theaterhuis ging op slot.
Nu kon hij alleen nog maar zijn eigen, zelfgemaakte fouten maken. Maar er was natuurlijk altijd nog zijn moeder Emma op de achtergrond. En Margot Honecker. Vroeger Margot Feist. Huisvriendin bij de Biermannen. In 1953 echtgenote geworden van Erich Honecker, die toen net terug kwam van de Partijhogeschool in Moskou en was benoemd tot lid van het Politbureau van de SED in Berlijn. Zelf lid van de Volkskammer, later Minister van Onderwijs. Zij kwam bij hem langs. Ze las zijn veroordeelde gedicht, ze las zijn teksten. Ze probeerde hem binnen het geldende kader te behouden: “Sie wollen nur gut sein, und so gilt der DDR.
Er liepen voortdurend mensen om hen heen die hun kenden, in de gaten hielden, controleerden. Bij het 3e stuk van het BAT, volgde dus een verbod voor  4 jaar voor dit theater. Van dat moment af was Biermann een projectiel voor totale controle door de STASI. Werd hij afgeluisterd “vom Klo bis in der Küche.” Maar kreeg hij als dissident meteen duizend mogelijkheden om zich te laten horen. In die slechte kranten uit het Westen. Met zijn gedichten, zijn liedjes, zijn teksten. Met de jazzmuzikanten van het Centralquartett, met name Günter Baby Sommer op het slagwerk, de percussie en de mondharmonica. Wij luisteren naar de Bilanzballade im dreissigsten Jahr (1966) waarbij Baby Sommer slagwerkgeluiden produceert met behulp allerlei in het huis gevonden voorwerpen:
Nun bin ich dreißig Jahre alt
Und ohne Lebensunterhalt
Und hab an Lehrgeld schwer bezahlt
Und Federn viel gelassen
Frühzeitig hat man mich geehrt
Nachttöpfe auf mir ausgeleert
Die Dornenkrone mir verehrt
Ich hab sie liegen lassen.
Und doch: Die Hundeblume blüht
Auch in der Regenpfütze
Noch lachen wir
Noch machen wir nur Witze!
Maar ondanks dat 11 jaar verbod – vanaf 1965 – werd Biermann de minst geïsoleerde mens in Berlijn. Door alle contacten die hij had over de hele wereld. Rudi Dutschke liep bij hem over de vloer, met vrienden en zijn vrouw, Joan Baez, Allen Ginsberg… En natuurlijk zijn moeder, Emma.
Maar op een bepaald moment ’s avonds teruggereisd naar West-Berlijn, moest die zich uitkleden, en werd zij gefouilleerd tot in haar aarsgat. Een vernederende, smerige behandeling die zijn grote woede wekte. Toen het voor de vijfde keer gebeurd was, belde hij vloekend zijn vriend Robert Havemann. Met dreiging dat als ze nog eens, dat hij dan echt zou….
En Havemann speelde mee, dat hij dat toch niet moest doen, dat..
En de afluisteraars gaven zich gewonnen. De striptease ging de volgende avond niet door! 

Ausgebürgert ging Biermann beurtelings in het vertrouwde Hamburg en in Parijs wonen. En keerde hij zich af van het communisme. Een systeem vol idealen dat alleen maar volkerenmoord heeft opgeleverd. Biermann werd zo “ein Verräter im allerbesten Sinne.” En liet zijn gedachten hun vrije loop gaan in zijn liederen, zijn gedichten en nu dus in deze autobiografie. Immers, je gedachten zijn vrijer dan jijzelf. Biermann is een man van de korte adem, een sprinter, de man van het lied, het gedicht, de korte teksten. En, zo bekent hij: ik ben blijven sprinten, ook in dit boek. Maar zijn vrouw Paméla heeft alle stukjes aan elkaar geplakt en zo is het deze marathon geworden. Op zijn tachtigste. Te laat, volgens wat een vriend hem eens in Parijs vertelde: “Je mémoires moet je schrijven, zolang je er zelf nog iets van kan leren!”      
Applaus klinkt. De avond was toll vind de hele, volle zaal. Ik stop mijn pen terug in de binnenzak van mijn colbert. Ik stop het opschrijfboekje terug in mijn tas. Toch handig, dat boekje dat My mij deze zomer in Saigon cadeau deed…
Dick Gebuys

februari 24
Wolf Biermann 1/3

​Het is ergens in de Jaren ’80. Ik ben op reis door dat andere Duitsland, de DDR. Die Duitse Democratische Republik, die allesbehalve een democratie bleek te zijn…
De eerste avond zijn mijn ogen verliefd geworden op een strak in de kleren gestoken, jonge blonde dame in de bar van mijn hotel in Weimar. Die volgens mijn gesprekspartners aan ons tafeltje een STASI-agente geweest zou zijn.  Toch had ik dat STASI-Agentur best van nabij willen leren kennen.
Ja, inderdaad, ze luisterde naar ons gesprek. Van mij, dat meisje en die jongen en de vrachtwagenchauffeur Nöls. Maar hoe schoon waren die drie? Zij luisterden ook. Naar mij, naar elkaar.
En de volgende ochtend, toen ik vroeg beneden in het hotel was, om zoals afgesproken met Nöls naar Leipzig mee te rijden, was die spoorloos. Gedwongen eerder te vertrekken? Opgepakt om zijn openhartigheid? Zelf stiekem uit angst op zijn hotelkamer gebleven? Ik wist het niet.
Ik nam zoals dat ook eerder gepland was, de trein naar Leipzig. Trok in een nieuw hotel. Een DDR-hotel, groot, schoon, een beetje sfeerloos. Ontmoette de tante van Bert, leerling in 5 VWO. Wiens familie voor de helft uit de DDR stamde, eigenlijk uit het voormalige Schlesiën, nu deel van Polen – en voor de helft uit Welten. Tante Gisela was een zus van zijn vader, haar man Hans een van de weinige zelfstandige ondernemers in dit land waar alles door de Staat verzorgd hoorde te worden – van wieg tot graf. Hans handelde in brandstoffen, in kolen, bruinkool. Die stoffige kolen die maakten dat je hier binnenshuis – op privébezoek bij mensen -  oversloffen aan moest trekken, omdat je schoenen onder de bruine stof zaten en anders dat proper gehouden DDR-interieur zouden bevuilen..

En de volgende avond had ik een beetje vrij. Ging ik naar een avond van het studententoneel. Een toneelstuk vrij naar Nicolai Erdman (Moskou 1900-1970). Erdman schreef voor zover we weten maar twee toneelstukken. In 1925, Het Mandaat dat datzelfde jaar in première ging, maar in 1930 verboden werd en in 1928 De Zelfmoordenaar, dat pas in 1982 voor het eerst zou worden opgevoerd in de Sovjet-Unie.  Erdman schreef satires op het leven in die Sovjet-Unie, Stalin en zijn knechten hadden – als ze die al doorzagen – weinig waardering voor satires. Erdman was een volksvijand volgens het woordenboek van de Stalin terreur. Hij leidde lange tijd een verborgen, teruggetrokken, bijna verstopt leven en kon niet voor zijn geschreven werk uitkomen.
Hier proberen jonge Leiziger voor hun mening uit te komen zonder zich nog langer te willen verstoppen. Ik zit daarbij, ik doorzie alle metaforen, geniet van de vileine humor, bewonder die jonge, spontane moed, maar verwacht ieder moment een Stasi-schwein dat op zal staan en het hele stel op zal laten pakken.
Ik weet niet meer, of ik het hele stuk uitgezeten heb. Heb durven uitzitten. Ik weet wel dat van opwinding mijn hart klopt in mijn keel. Ik ben na afloop in hoog tempo terug naar het hotel gelopen, alsof ik door staatsveiligheidsambtenaren gevolgd werd. En op bed, voelde ik nog een versnelde hartslag…

Amsterdam. Jaren ’60. De Generatie van ná de Maagdenhuis-bezetting, van na Provo, het Lieverdje en de Flower Power. De studenten die alleen maar die studies wilden doen en die onderzoeken die konden bogen op het predicaat ‘maatschappelijke relevantie’. Nederlands dus, bijvoorbeeld.
Wij kregen aan het Pedagisch-Didactisch instituut aan de Prinsengracht algemene pedagogie van Gerda Meijerink. Germaniste. Vertaalster. Door Gerda leerden wij Reiner Kunze kennen en Wolf Biermann. Ik voelde grote affiniteit met Biermann’s werk. Die jongeman – communistenkind, zoon van een Joodse verzetsman die in Auschwitz vermoord was -  die in zijn jeugd de omgekeerde tocht had gemaakt: van West naar Oost. Naar de communistische Heilstaat. Die geen Heilstaat bleek te zijn. En waar hij toen daar weer tegen protesteerde Die dapperheid van die studenten later in Leipzig, die had hij ook. Maar ach ja…
“Ach du, ach das ist dumm:
Wer sich nicht in Gefahr begibt – der kommt drin um!”
En door Gerda, zaten wij ook met onze neus bovenop Biermann’s komende tournee door de BRD en zijn snel op het eerste concert in Köln volgende ‘Ausbürgerung.
En ik zong mijn eigen Biermann-lied:
“So oder so soll, die Erde wird rot
Entweder leben-rot oder tod-rot
Wir mischen uns da bisschen ein
- so soll es sein
so soll es sein
so wird es sein…”
https://youtu.be/5i15CjMG0WE


Echt links, dus maatschappijkritisch, non-conformistisch, kosmopolitisch, authentiek denken, dat was voor mij denken volgens Biermann. Communistischer dan de partij-communisten, toch? Zuiver voor een betere wereld… als die er dan was… want helaas was ik daarvoor tegelijk ook realistisch genoeg (ik had ‘Vergeten Straat’ van Louis Paul Boon gelezen, het boek over de mislukte commune van gewone mensen). Favoriet lied werd zodoende ‘Als wir an’s Ufer kamen’. Alleen maakte tot mijn schande mijn onvolkomen Duitse spreekvaardigheid dat ik jaren de refrein-regel vals-Duits maakte: “Ich sollte am liebsten wegsein, und bleibe am liebsten hier…”:
“Was wird bloß aus unseren Träumen
In diesem zerrissnen Land
Die Wunden wollen nicht zugehn
Unter dem Dreckverband
Und was wird mit unserem Freunden
Und was noch aus dir, aus mir -
Ich möchte am liebsten wegsein
Und bleibe am liebsten hier
- am liebsten hier”
Toen in die doldwaze jaren dat we nog geloofden aan een gelijke verdeling van kennis, macht en inkomen en dat we droomden van ‘de verbeelding aan de macht’, vond ik het natuurlijk heerlijk dat hij toen ik Köln zei: “Aber hier, ist dann natürlich nicht hier…”
Later besefte ik dat deze zo tijd- en plaatsgebonden tekst tegelijk bijzonder universeel is. Weergeeft wat ik op honderden momenten in mijn leven heb gevoeld. Dat gespleten gevoel, van harstocht en heimwee. Van ver weg en thuis. Dat gevoel dat ik toen ook had, in der alte DDR…   
Dick Gebuys

februari 10
Skikamp dagboek

​Dag 1: zaterdag 4 februari
Rond half 7 ‘s ochtends kwamen we na een lange maar gezellige busreis aan bij Simonyhof. Daar stond Vincent ons op te wachten met zijn hond Seppie. Omdat de kamers nog niet gepoetst waren moesten we ons omkleden in de kelder van het hotel. Hierna gingen we al vrij snel richting de ski-verhuur in Radstadt waar we vervolgens de piste opgingen. Het was, in ieder geval voor mij, een heerlijke dag met veel zon, lachen, frieten en gezelligheid. Na terugkomst in het hotel werd er gedoucht en uitgepakt. Omdat iedereen moe was van de reis en de eerste dag bleven we na het eten in het hotel. Het eerste potje ‘’30-seconds’’ werd gespeeld. Rond 11 uur viel iedereen snel in slaap.

Dag 2: zondag 5 februari
Om 7.15u ging de wekker. Na het ontbijt vertrokken we naar Zauchensee (mijn lievelings ski-gebied). Snowboard groepje 5 was een hele gezellige groep met begeleider Kay (oftewel meneer Smeets). Na heel veel lekkere afdalingen en bospaadjes gingen we lunchen bij een skihut op de berg. Ik nam kaiserschmarren met een grote cola. Om half 3 gingen we richting de bus waarmee we naar Radstadt reden. Hier gingen we rodelen. Door een beetje verwarring wat nu ook al weer links en rechts was zijn Charlotte en ik een aantal keer van onze slee af gestuiterd. Het rodelen was weer zo’n mega vette activiteit die op het programma stond. Hierna werd weer lekker gedoucht en gegeten in het hotel. Op het avond programma stond een quiz die Roy en Ward, twee eindexamenleerlingen, hadden voorbereid. Uit de quiz kwamen twee winnaars die elk een lootje mochten trekken. Op deze lootjes stonden namen van leraren die het vervolgens tegen elkaar moesten opnemen door een sportparcours afteleggen. De grote winnaar was meneer Bijsmans, wiens naam meteen werd veranderd in Koning Bijs. Op zijn helm werd de kroon vastgemaakt met ducktape.

Dag 3: maandag 6 februari
Op maandag gingen we naar Flachau. We gingen samen met ski groepje 5, dus we waren met een grote gezellige groep. Het sneeuwde en was mistig, waardoor het zicht slecht was. Door een valpartij had ik een open wond in mijn rug. Meneer Brandt heeft er voor gezorgd dat ik veilig bij de dokter kwam. Koning Bijs (een hele eer) bleef bij mij in het ziekenhuis. Hier werd de wond gehecht. Aan de andere kant van het gordijn lag toevallig een andere leerling  van SMC die ook gehecht werd op dat moment. Wouter en ik waren allebei erg teleurgesteld toen we hoorde dat we een week niet meer mochten snowboarden. Na het eten vertrok iedereen naar het zwembad, waar Wouter en ik helaas ook niet heen mochten. Wij hielden een spellenavond met mevrouw Mandje, dokter Tom en de kinderen die niet mee konden zwemmen. Hierna sloten we de avond gezellig af met de achttien-plussers.
Dag 4: dinsdag 7 februari
Vandaag stond het skigebied van Schladming, Planai, op de planning. Weer zo’n erg mooi gebied. De bus heeft 3 kwartier vastgehangen in de sneeuw voordat de groep eindelijk kon vertrekken. Toch wel jaloers bleef ik achter in het hotel. Snowboard 5, snowboard 4, ski 5 en ski 4 gingen allemaal samen de pistes af, erg gezellig was het hoorde ik die avond. Wel was het erg koud. In het hotel zorgde mevrouw Mandje ervoor dat je toch nog een leuke dag had. Toen iedereen terug kwam van het skiën en snowboarden gingen we douchen en werd het joggingspak omgewisseld voor een spijkerbroek en een topje. Bij het eten zaten Meneer Geenen en Meneer Doomen aan onze tafel, waarmee we heel hard hebben gelachen. Hierna gingen we met de (zelfgemaakte party-) bus naar après ski bar “Ken I Di” in Filzmoos. Na afloop was er voor de bovenbouwleerlingen een afterparty in de kelder van het hotel. Toen we naar boven moesten werden er nog stiekeme feestjes op de kamers gehouden die snel werden afgeblazen. Nog even een tosti gegeten, gedoucht en toen naar bed.

Dag 5: woensdag 8 februari
Weer Zauchensee. Het was bewolkt en de hogere groepen staken over naar Flachauwinkel. Door de dikke mist aan die kant van de berg, keerden zij later toch weer terug naar Zauchensee. Daar werd weer heel erg gelachen in een skibus, het was dolle pret! Alle andere mensen in de bus en de buschauffeur keken vol bewondering naar het enthousiasme van de skigroepen. Aan het einde van de dag hoorde ik dat het bij ons 2 blessuregevallen is gebleven: gelukkig geen zware blessures deze reis! De sneeuwcondities waren dit jaar, mede doordat we in Februari gingen, écht super goed! Alle gehuurde materialen werden teruggebracht en daarna in het hotel was het opschieten geblazen. Binnen 1,5 uur moest iedereen douchen, zijn kamers opruimen, koffers inpakken en alles naar de bus brengen. Nadat we weer lekker hadden gegeten zijn we om 20.00u vertrokken naar Nederland.
Het was weer een super kamp, helaas mijn laatste met Sintermeerten :-(,
met name dat besef …
Lisanne

februari 10
Het zit erop

​Na 5 dagen zat het er dan toch echt op. Een onvergetelijke reis naar Straatsburg waar we verschillende Europese organen hebben bezocht. Een unieke kans om deze verschillende instanties te bezoeken en hier in dialoog te geraken met een voormalig 2de Kamervoorzitter verschillende politici en een rechter van het Europees hof.
Zo hebben we het Hof van Justitie van de EU – In Luxemburg – bezocht, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, De Raad van Europa en het Europees parlement. Hele indrukwekkende gebouwen wat veel indruk op mij hebben gemaakt. Niet alleen maakte de gebouwen van De Raad van Europa en het Europees parlement  heel veel indruk op mij, ook besefte ik bij het bijwonen van een debat in de raad van Europa wat voor een goed recht het is dat deze instanties bestaan en waar deze voor zorgen. Dat mensen op een democratische manier proberen het zo goed mogelijk in Europa te laten verlopen. Ook  het Hof van Justitie en het  Europees Hof voor de Rechten van de Mens zijn van levensbelang. Deze zorgen voor de mensenrechten: vrijheid van meningsuiting, seksuele voorkeur en geloofsovertuiging ongeacht herkomst, nationaliteit, overtuiging, geslacht, wettelijke status of andere kenmerken.
In deze gebouwen zijn we ook in dialoog gegaan met deze sprekers. Het was te merken dat ieder zijn verschillende visie had over bepaalde vragen. Hoe ga je met het vluchtelingen “probleem” om? Hoe kijkt u aan tegen het doorsluizen van belastinggeld? Maar niet alleen politiek gerelateerde vragen, ook vragen als: “Zou u alsjeblieft eens een paar woorden Russisch willen spreken?” Dit maakte dat we niet alleen hun visie op politieke onderwerpen kregen maar ook informatie over de sprekers zelf.
Al met al 5 geweldige dagen gehad waarin ik veel heb geleerd over hoe Europa in elkaar steekt en het belang ervan. Maar niet alleen dit,  het was ook heel leuk en leerzaam om met deze sprekers in dialoog te gaan. Misschien was je het niet eens met hun antwoorden over hoe problemen in Europa opgelost zouden moet worden. Maar dit is nu ook precies waar Europa om gaat, het luisteren naar elkaar en in gesprek blijven om gezamenlijk met alle deelnemende landen tot een oplossing te komen.
Orlando

januari 30
Straatsburgreis met MEP

Het Europees parlement, dag 5
Een beetje vermoeid werden de deelnemers wakker op de laatste dag van de reis naar Straatsburg. Na het uitchecken vertrok de groep naar het Europees Parlement, de laatste instantie die op het programma stond. Hier zagen wij eerste een filmpje en kregen we later verdere uitleg over de werking van het Parlement, maar ook het ontstaan van de EU. Het was oorspronkelijk begonnen voor de handel van de grondstoffen kool en staal. Dit zou als gevolg hebben dat er geen oorlog meer kon ontstaan.
Daarna kregen wij een rondleiding door het prachtige gebouw. De grote vergaderzaal maakte erg veel indruk, hier werd ook uitgelegd hoe de plaatsen van de Europarlementariërs zijn verdeeld en hoe het werkt met de verschillende talen die worden gesproken tijdens de vergaderingen.
Na de laatste instantie bezocht te hebben, stapten we de bus in om te vertrekken naar Luxemburg. In Luxemburg hebben we een paar uur vrije tijd gehad. Hier had iedereen de kans om nog even te doen wat die wilde en te genieten van elkaars aanwezigheid. Het was ook in Luxemburg waar wij ons laatste diner hebben genuttigd.
Na genoten te hebben van een heerlijke pizza, was het toch echt tijd om naar huis te rijden. In Luik hebben we afscheid genomen van de Belgische vrienden en in Maastricht en Sittard werd de rest van de groep afgezet. Na zo´n mooie hechte week is afscheid nemen niet gemakkelijk. Het is dan ook maar goed dat er nog genoeg andere activiteiten zijn van MEP die kunnen dienen als reünie.
We kunnen terugkijken op een geweldige reis, waarbij iedereen veel ervaringen, kennis en herinneringen heeft opgedaan die niet snel zullen vervagen.

Raad van Europa, Levensgroot bordspel, Straatsburg-by-night, dag 4
Uitgerust en opgewekt vertrokken de Straatsburgreizigers op donderdagochtend wederom naar de Raad van Europa. Er stonden verscheidene meetings met politici en een rechter op het programma.
Iets later dan gepland kwam de heer Gryffroy, Vlaams parlementslid, binnen.
Hij was meteen razend enthousiast over de vragen die de deelnemers hadden voorbereid en wist deze ook met veel empathie te beantwoorden. Hij wist ons vanalles te vertellen en uit te leggen over de politiek. Daarnaast wist hij ook nog eens veel te vertellen over de geschiedenis van België.
        ‘België is gecreëerd als buffer tussen Frankrijk en Duitsland’
Tot slot bracht hij ons nog erg veel bij over het opwekken van energie en alle problemen en politieke beslissingen die daarbij komen kijken.
Meteen daarna stond meneer Jan Kleijssen klaar om de groep te woord te staan. Het onderwerp dat hier centraal stond was terrorisme. De recente aanslagen werden aan de kaak gesteld en er werd gepraat over hoe de politiek hierop reageert en hierop zou moeten reageren. Ook andere misdrijven kwamen aan bod, bijvoorbeeld cyberbullying en de problemen omtrent vrijheid van meningsuiting en vrije pers. Hij was verbaasd over het enthousiasme van de groep.
Vervolgens gingen de deelnemers nog in gesprek met de heer Paul Lemmens, Belgisch rechter bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hij was een van de rechters die woensdagochtend de rechtszaak tegen Nederland had behandeld. Hierdoor wist hij ons alle details te vertellen over deze zaak en de problemen die de zaak met zich meebrengt. Hij heeft ook veel informatie gegeven over de gang van zaken in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, gezien dit toch wel complexe zaken zijn. Helaas krijgen we de uitspraak over de zaak pas over 6 tot 12 maanden.
Na een heerlijke lunch bij Restaurant Le Dix te hebben genuttigd vertrok iedereen richting Lieu d´Europe. Ons bezoek hier werd ingeleid met een interactieve presentatie waar iedereen zijn eigen inbreng kon geven. Na deze introductie werd het levensgrote bordspel gestart. De groep werd in vier kleine teams verdeeld. In dit spel moesten de deelnemers vragen over de EU beantwoorden maar ook uitbeelden en tekenen. Het spel zorgde voor de nodige rivaliteit, genoeg vermaak en bracht veel leerzame informatie.
In de avond kregen de deelnemers even de tijd om het centrum van het mooie Straatsburg te verkennen. Hier hebben zij de laatste avond in Straatsburg dan ook van een diner. Later in de avond hebben ze nog geamuseerd kunnen kijken naar alle acts die de deelnemers hadden voorbereid voor de bonte avond, want bont was het zeker!
Wederom kunnen we allemaal terugkijken op een dag die meer dan geslaagd was!

Een drukke dag vol variatie, dag 3
Vanochtend stonden de deelnemers al voor dag en dauw klaar om te vertrekken naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Hier gingen ze een rechtszaak bijwonen die tegen Nederland was aangespannen. De aanwezige rechters moesten een uitspraak doen over een Nederlandse huisvestingsverordening. Deze wet zou onrechtmatig toestemming aan residenties verlenen om mensen met bijvoorbeeld een strafblad of een uitkering te weigeren. Volgens de klagers wordt deze wet gebruikt om conflicthuishoudens te verspreiden om hiermee het ontstaan van beruchte wijken te voorkomen.

De klager betreft een vrouw die werd geweigerd in de gemeente Rotterdam en hierna naar het Hof van de Rechten van de Mens was gestapt, omdat ze van mening is dat deze wet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), namelijk met art. 2 Protocol No.4 EVRM waarin wordt bepaald dat ieder mens het recht heeft om zijn eigen verblijfplaats te kiezen.

Na deze interessante zitting ging de groep naar de Raad van Europa, waar zij Anouchka van Miltenburg, lid Tweede Kamer VVD, ontmoette. Gezien haar geschiedenis in de journalistiek wist zij veel te vertellen over de media in de politiek en haar invloed op de samenleving.

    “Nieuws is over het algemeen slecht, als het goed is, is het standaard.”

Ook heeft ze de deelnemers veel verduidelijking gegeven over de Tweede Kamer in het algemeen en over de sfeer. Ze wist hun als jeugd gerust te stellen, dat ook al stemmen ze nog niet, ze worden wel degelijk vertegenwoordigd!

    “stemmen is maar één manier om invloed uit te oefenen op de politiek, er zijn vele andere, ook als je nog geen 18 bent.”

Na genoten te hebben van een heerlijke lunch en kopje koffie, vertrokken de deelnemers naar Lieu d’Europe. Hier was van te voren een ruimte geboekt waar ze een workshop zouden krijgen door AIESEC over leiderschap. De workshop was erg interactief. De deelnemers werden goed beziggehouden met het schrijven van speeches als president en het antwoord geven op gewetensvragen. Hier hebben ze geleerd dat, ook al hebben we al gauw kritiek op een leider, het echt nog niet zo gemakkelijk is om in zijn of haar schoenen te staan.

Hierna werden de deelnemers uitgenodigd door Dhr Elderenbosch op zijn eigen residentie, de Nederlandse Ambassade. Dit gebouw alleen al was erg chic.

     “Niemand wilde naar Moskou, dus deed ik dat maar.”





Door de vele jaren ervaring, en het vele reizen van Dhr Elderenbosch had hij veel expertise, vooral over de conflicten die de Raad van Europa mee maakt of mee heeft gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn Rusland en Azerbeidzjan.

    “wij zijn geen conflict organisatie, wij zijn ervoor om te zorgen dat wat we vandaag zaaien later mooi tot bloei komt.”

Deze drukke dag werd beëindigd in een gezellig Italiaans restaurantje, waar de deelnemers erg lekker, maar vooral erg gezellig, Italiaanse tapas hebben gegeten. Ook de derde dag was weer een groot succes.

De Raad van Europa, dag 2
De eerste ochtend in het hotel beviel goed. De deelnemers hoefden niet al te vroeg op te staan en er stond een heerlijk ontbijt voor hen klaar. Nadat de laatste kop koffie was opgedronken, werd het weer tijd om dingen te bezichtigen. Deze dag stond helemaal in het teken van de Raad van Europa. Na ontvangst werden de deelnemers naar een klein bioscoopzaaltje gebracht. Hier kregen zij een film te zien over de werken en doelstellingen van de Raad van Europa.

Na dit informatieve filmpje kregen de Straatsburgreizigers de kans om een vergadering van het Parlementaire Assemblee bij te wonen. Meteen toen de deelnemers binnenkwamen, kwam de president van Cyprus binnenlopen voor zijn speech. Hij vertelde over zijn land en de problemen waar zij tegenaan lopen, waarna er door de rest van het Assemblee kritische vragen werden gesteld. Dit zorgde voor enige spanning en een interessante vergadering.
Na de vele indrukken was het tijd voor een rustig moment; het was tijd voor de lunch. Het restaurantje waar de deelnemers zouden lunchen was gesitueerd in een prachtig, groot park, dat was bedekt met een mooi dun laagje sneeuw. Na in het lekkere warme restaurant  genoten te hebben van het menu van de dag, was er dan ook tijd om een wandeling te maken door het mooie landschap eromheen. De ijzige wind kon niet opboksen tegen het mooie park en haar witte charme.
Hierna was het weer tijd voor een informatiever programmaonderdeel. We liepen terug naar het gebouw van de Raad van Europa, waar we hadden afgesproken met een aantal sprekers. Ria Oomen beet het spits af. Mevrouw Oomen heeft al vaker voor onze groep gesproken en door haar jarenlange ervaringen in de politiek, op verscheidene gebieden, heeft ze veel expertise en kon ze alle vragen beantwoorden.

    “Religie zelf is niet het probleem, intolerantie voor andermans religie is het probleem”

Met haar groots enthousiasme voor Europa gaf ze ons ook veel inspirerende tips, en haar eigen visie op de politiek.

    “Als je de kiezers achterna loopt , zie je hun gezicht niet meer en kan je niks meer voor ze betekenen.”
    “Je bent er niet voor jezelf, maar voor elkaar, dat moet je drijfveer zijn.”

Na Mevrouw Oomen stond de heer Tiny Kox voor ons. Hij wist ons vooral te interesseren met zijn vergelijkingen tussen het heden en verleden. Zo sprak hij wijze woorden over ‘het Europa van de toekomst’, door naar het verleden te kijken. Ook persoonlijke vragen waren welkom en werden allen beantwoord.

     “De unie is in de negentiger jaren veranderd van de beschermer van burgers naar een unie die streeft naar macht.”
    “ik wilde profvoetballer worden toen ik jong was.”

Als laatste spreker van deze dag was de heer Mart van de Ven, VVD, aan het woord. Zijn toespraak was zeer contrasterend met zijn voorgangers. Zo sprak hij Ria Oomen tegen met:

    “je moet geloven in je eigen kracht. Ik geloof niet dat een overheid voor iedereen persoonlijk zorgt.”

Meneer van de Ven werkte in de financiële sector en wist ons alles te vertellen over het belastingsparadijs en alles wat daarbij komt kijken.

    “Ik was de enige binnen de belastingdienst die sinterklaas kon spelen.”

Deze interessante dag werd afgesloten met een heerlijk Amerikaans diner: een hamburger zoals die hoort. We kunnen terug kijken op een mooie informatieve dag en we kijken uit naar de volgende dag. Vroeg naar bed, want we moeten weer vroeg uit de veren!

Popelen om te vertrekken, dag 1

Het is maandagochtend 9 uur. Iedereen staat de popelen om te vertrekken: MEP Limburg gaat wederom naar Straatsburg. Vanuit Sittard vertrokken we naar Luik, om daar onze Belgische vrienden op te halen, die natuurlijk ook het privilege hebben om mee te gaan. Na een kleine stop voor de Belgische grens kwam de zeer enthousiaste groep aan in Luxemburg. We gingen op deze eerste dag het Hof van Justitie bezoeken. Toen iedereen de beveiligingsprocedure had doorstaan, kon de rondleiding door het majestueuze gebouw beginnen.

De gids was erg enthousiast en wist veel nieuwe informatie en grappige weetjes te vertellen. Zo liet hij ons weten dat er van 1952 tot 1984 geen enkele vrouwelijke rechter heeft gewerkt bij het Hof. Ook bevestigde hij dat meer dan de helft van de werknemers van het Hof tolk als beroep hebben.

Vervolgens kregen we een presentatie van de assistent van de Nederlandse rechter Mevrouw Prechal. Ze heeft ons uitgelegd hoe het Hof van Justitie te werk gaat en heeft ons een aantal voorbeelden van zaken gegeven die zij behandeld heeft. Ook heeft ze verteld over haar werk en taken bij het Hof van Justitie. Een stagiaire van deze mevrouw heeft ons vervolgens nog tips gegeven over hoe we een stageplek bij het Hof kunnen bemachtigen.

Onder de indruk van het gebouw en de presentaties reisden we verder naar Straatsburg. Daar eenmaal aangekomen, mocht de groep genieten van echte Straatsburgse kost; tarte flambé. Na een heerlijke maaltijd heeft de groep ingecheckt en het hotel eigen gemaakt.

We kijken terug op een geslaagde eerste dag en zijn ervan overtuigd dat ons nog een geweldige week te wachten staat.
MEP Limburg op Facebook>

 

1 - 10Volgende