Ladakh 2001, verslag van sociale aktie Sintermeertencollege Heerlen.
Een bijdrage te leveren bij de te bouwen kloosterschool van het Spituk Monastry.


Het grote belang van de opleiding van de jonge monniken.
……………………………….met als doel de geweldloosheid, het onderlinge begrip tussen de volkeren en tussen alle religies, is van groot belang voor de wereldvrede.
Z.H.H Bakula, Rinpoche van het Spituk Monastry.


Een impressie uit het dagboek van Jos Smeets
17 juli 2001 Een ontmoeting met het Boeddhisme
Lobsang, monnik van de Likir monastry is vandaag onze gids. Met twee jeeps toeren we door het warme kale landschap. Alleen vlak langs de rivier de Indus, die ontspringt nabij de heilige berg “Kailash” in Tibet, is het groen. Zeer kunstig bouwden de Ladakhi’s vaak kilometer lange irrigatie kanalen om hunakkers te bevloeien.
De rit naar het klooster Hemis is bar en boos. De chauffeurs, en niet alleen die van onze jeeps, halen op de onmogelijkste plekken in. En dit op deze al te smalle wegen. Voor een hond, een koe, of n ezel wordt niet gestopt, ook niet afgeremd. Op het allerlaatste moment, wanneer wij het arme dier al onder de wielen van de jeep zien verdwijnen, geeft de chauffeur een ruk aan het stuur en weet het”obstakel” handig te ontwijken. Soms rijdt hij daarbij half of geheel naast het wegdek en soms blijkt het toch niet altijd succesvol gezien de kadavers naast de weg.
Het klooster van Hemis is, al is het voor mij voor de derde keer, toch weer een openbaring. De steile klim naar de hoofdingang van dit grote klooster. De grote gebedsmolen. De binnenplaats waar we vier jaar geleden konden genieten van het grote festival. Als de dag van vandaag herinner ik me de vele kunstzinnige maskers, de kleurrijke gewaden doch zeker ook de ingetogenheid van de monniken en de gelovigen in het klooster voor een van de vele Boeddha beelden. De serene rust s’avonds bij de invallende duisternis toen we nagenoten van het festival boven op het dak van het klooster en wegdroomden bij het geschal van de grote Boeddhistische koperen horens.
Lobsang leidt ons door het klooster en vertelt ons de geschiedenis van het Boeddhisme en over de vele Boddhisattvas, de verschijningsvormen van Boeddha. Het ontstaan van dit klooster gebouwd nabij de plek waar eeuwen geleden een kluizenaar jarenlang in een grot woonden. Dat toen de grot dreigde in te storten, hij de vallende steenblok afstutte met zijn handen. De afdrukken zijn nu nog in de steen te zien. De gelovigen ontdaan door dit wonder bouwden later op deze plek een klooster.
Op het dak van het gebouw genieten we van het landschap. Woeste wolkenpartijen, fel wit tegen een grijsblauwe hemel. Dan paarse , bruine, okergele en zwarte rotsen. Gele zandpartijen en het heldere groen van de Indus oase. Hier en daar een uit in de zon gedroogde klei blokken gebouwde boerderij, witte stupa’s ter ere van de goden, aan de horizon het klooster van Tikse.
In Tikse laten we ons in een sober verlichte gebedshal meeslepen in het gebed van een aantal monniken. De gebeden worden opgeluisterd met trompetgeschal , tromgeroffel en klinkende cimbalen. Vrij lang genieten we in stilte van deze harmonieuze rust, de ingetogenheid, de devotie van de lama’s.

Boeddhisme
Als reactie op de erbarmelijke leefomstandigheden van de Indiërs uit de laagste klassen ontstond het boeddhisme in de zesde, vijfde eeuw voor Christus. De stichter was prins Siddharta Gautama, die na zes jaar meditatie de staat van Verlichting bereikte. Zijn geest had zich weten los te maken van zijn lichaam, en was verdwenen in het kosmisch niets, het Nirvana. Zijn latere volgelingen zouden dit beschouwen als het hoogste goed dat een mens kan overkomen.
Centraal binnen het boeddhisme in landen als Tibet en Ladakh staat het mededogen en de liefde voor je medemens. In Ladakh deed het boeddhisme in de achtste eeuw zijn intrede.
Binnen het tantrisch of lamaistisch boeddhisme (zoals de Himalaya-variant ook wel genoemd wordt) spelen mantra’s, gebeden, een belangrijke rol, met als meest bekende “om mani padme hum” (O juweel in de Lotus). Op iedere berg, iedere pasovergang, in elk dorp, ziet men deze spreuk vaak uitgehakt in steen. Ook in de vele gebedsmolens en gebedsvlaggetjes vind je mantra’s.
Typerend voor Ladakh, als ook voor de andere boeddhistische Himalaya-landen, zijn de lange mani-muren, gebedsmuren van op elkaar gestapelde keien waarop “om mani padme hum” en andere mantra’s gebeiteld zijn. De keien zijn er ooit gebracht door vrome reizigers.
Verder zien we in en om elk dorp de zogenaamde stupa’s, witgekalkte torenachtige bouwsels welke vele heilige relieken bewaren. Soms wordt er ook de as van een overleden boddhisattva (een wezen op weg naar het boeddhaschap) in opgebaard.
De leer van het boeddhisme wordt beoefend in de vele kloosters die het land kent. Elk dorp van enige betekenis heeft een gompa, een geestelijk centrum. Het typisch Ladakhi klooster is een doolhof van donkere gebedsruimten en nauwe steegjes die langs gebedsmolens en kamers van monniken naar kleine en grote binnenplaatsen leiden. In de gebedsruimten branden voortdurend boterlampjes die hun zwakke licht schijnen op de beelden en schilderijen van demonen, geesten en goden.


TIBETAANS VLUCHTELINGEN DORP
Niet gepland maar zeker zo indrukwekkend is het bezoek aan het Tibetaanse vluchtelingendorp van Choglamsar. Hartelijk worden we in het grote schoolcomplex ontvangen en rondgeleid. Door een secretaresse ooit gevlucht uit Tibet en hier als oorlogsweesje groot gebracht. Ze vertelt ons het verhaal van 2600 Tibetaanse kinderen die uit alle delen van Ladakh en Sanskar hier heen komen om naar school te gaan. Het grootste deel wordt opgevangen in”Hostels” pleeggezinnen, waarbij een pleegmoeder het huishouden van 20 kinderen runt. Indrukwekkend is ook de grote motivatie en leergierigheid van de kinderen, hun respectvolle aandacht en toewijding aan hun leerkrachten. Vol interesse gaan ze in op onze vragen of zingen zoals de kleintjes van de ‘Kindergarten” een wel haast oneindig repertoire Tibetaanse liederen. We drinken thee met de directrice en bespreken de mogelijkheid met het Sintermeertencollege ook hier een bijdrage te kunnen leveren aan deze school die geheel van donaties afhankelijk is.





18 juli Leren voor het leven.
Vandaag gaan we op bezoek in Spituk. De leerlingen van het Sintermeertencollege hebben vorig jaar veel geld bijeen gelopen voor hun leeftijdgenootjes in de “Derde wereld” in deze voor de kinderen in Ladakh.
Aan Karin en mij de eer om dit geld zo’n fl. 10.000 te mogen gaan overhandigen.
Mister Lobzang Thapkas de directeur van de “Banc of Leh” en secretaris van de stichting ter behartiging van de opleidingsschool voor monniken in Spituk, begeleidt ons. In het kleine dorpje achter het klooster ligt verscholen in het groen een kleine school. Aan de poort worden we al opgewacht door alle hoogwaardigheid bekleders: De Abbot: Gelong Lhundup Raftan, Mr Eshey Tundup inspecteur van onderwijs voor de Nothern areas . Gelong Lobzang Angchik (Merpa) Gelung Lobzang Tundup (Merpa) Gelung Lobzang Thupstan (Merpa) en de leraren Gelong Nawang Zotpa en Gelung Nawang Gaitso.
Een “Katha” een wit zijden sjaal wordt in de boeddhistische wereld geschonken als teken van vriendschap, genegenheid en respect.
Ieder van ons krijgt bij de toegangspoort een “Katha” omgehangen, een wit zijden sjaal. Op het binnenpleintje staan de leerlingen al op ons te wachten. Nu , in de vakantietijd, zijn er dit maar zes. Vroeger was het een hele eer voor de familie om tenminste een zoon naar de klooster school te sturen. Nu is deze plicht vervallen en gaan er veel minder kinderen het klooster in. Toch is er nog steeds voldoende animo, dit door enerzijds het grote aanzien dat een monnik geniet, anderzijds door de hoge kwaliteit van de kloosterscholen die een goede opleiding waarborgen. Op hun vijfde of zesde worden jongetjes naar het klooster gestuurd waar ze onderwijs krijgen in de boeddhistische leer, Sanskriet, wiskunde, Engels. Op latere leeftijd gaan enkele monniken naar de boeddhistische ‘universiteit’ in Serajeh in Zuid India om daar verder te studeren. In Choglamsar nabij Leh bevindt zich het instituut voor Boeddhisme waar de monniken hun universitaire studie filosofie beëindigen.

De nog jonge monniken hier in Spituk komen uit alle delen van Ladakh. Nog steeds is het onderwijs een groot probleem in dit onherbergzaam gebied. Lang niet alle dorpjes hebben een eigen school. Zijn heiligheid Bakula Rinpoche de “Head Lama” van Spituk heeft heel zijn leven in dienst gesteld van het onderwijs en tracht ieder kind een goed onderwijs te geven. De kinderen moeten daarvoor reeds op jonge leeftijd hun ouderlijk huis verlaten en in een soms dagenlang durende tocht naar Leh trekken waar ze in een “Hostell” worden opgevangen. Mr Eshey Tundup de inspecteur, vertelt ons het verhaal van een broer en een zus uit een dorpje in het Zanskar gebergte die een tocht van drie weken over de bevroren Zanskar rivier moeten ondernemen om überhaupt in de stad te komen.Het onderkomen in de stad is primitief zo ook hier in Spituk. De zes jongetjes slapen schouder aan schouder in een vertrek van ongeveer 3 bij 4 meter. Een kale matras op de grond, een enkele deken,een kistje voor wat eigen spulletjes. Kleren? Alleen datgene wat ze op hun lijf dragen. Een pomp buiten op het plein dient als kraan, een gat in de grond achter een schamele beschutting verscholen is het toilet.
Nu is men dan dankzij de giften uit het verre Nederland gestart met een beter onderkomen voor de leerlingen.
Na de rondleiding in de school, waarbij we ijverig de meegebrachte pennen schriften en kleurpotloden uitdelen, lunchen we samen met de jonge monniken en hun leraren. We delen onze maaltijden: wij krijgen van hun een groentesoep, een kom rijst met schapenvlees en een glas “helder” water uit de kloosterpomp. De monniken smullen van ons in het hotel klaargemaakte lunchpakket: twee boterhammen met kaas, een stuk koude kip, een aardappel in aluminium folie verpakt, een candybar, en een pakje Mango juice.
Onder leiding van Lobsang Thankas en de leraar Nawang Zotpha bezoeken we het oude klooster. Vele, eindeloos vele trappen brengen ons tot de grote toegangspoort. Het Boeddhisme leert dat wil je het “Nirvana”, het uiteindelijke doel, bereiken dit niet zonder inspanning zal lukken.Op vele momenten in de dag wordt je daaraan herinnert, zo ook deze vele steile trappen.

Als Vips worden we rondgeleid, en deuren die anders voor de toerist gesloten zijn worden geopend. Zelfs bezoeken we het vertrek van Rinpoche Bakula, een eenvoudig onderkomen, versierd met fel kleurige doeken enkele Thanka’s met het levensrad, de weg, de leidraad door het leven en natuurlijk de niet te missen foto galerij die een overzicht geeft over het leven van zijne heiligheid. De eerste foto’s nog in Tibet. Vele foto’s met Ghandi en Nehru, Zijn uitverkiezing in de regering van India. Foto,s als ambassadeur in China met Mao en andere Chinese leiders, waar hij al zijn tact en politieke kennis moest inzetten om en de belangen van India waarvan hij de politieke vertegenwoordiger was en de belangen van het Boeddhisme waarvan hij dan weliswaar niet officieel, maar dan toch wel de lijfelijk aanwezige contactpersoon was. De post van ambassadeur in Mongolië waar hij onlangs een geheel nieuw Boeddhistisch klooster bouwde.
Vol vuur vertelt Nawang over zijn grote leermeester. Over diens streven het onderwijs voor alle kinderen toegankelijk te maken. Over de strijd om de ouders van het doel en zin van het onderwijs te overtuigen. De eenvoudige bergbewoners die de “werkkracht” van hun kinderen als schaapsherder of ponyman niet missen kunnen.
We zwerven van de ene kamer naar de andere, van de ene Boeddha naar de ander, doch telkens komt het gesprek op ZHH Bakula.

Op audiëntie bij ZHH Rinpoche Bakula.
Dan rijden we per jeep naar Zankar. We zijn uitgenodigd op audiëntie bij ZHH Rinpoche Bakula. Door diens secretaris worden we uitgebreid welkom geheten. Nogmaals worden we bedankt voor onze inzet bij de sponsoring van het monniken schooltje in Spituk en er beleefd toch uitdrukkelijk op gewezen dat ons bezoek slechts van korte duur kan zijn. ZHH is niet meer in beste conditie, de leeftijd, 84 jaar, speelt hem parten. Terwijl we voorzichtig slurpen aan de “Green tea” geserveerd in “Chinees” porseleinen kopjes vertelt de secretaris nogmaals uitgebreid het levensverhaal van de Rinpoche. Lang gaat hij in op diens belangrijkste taak: de zorg voor onderwijs voor ieder kind.
In eenvoudige gewaden gestoken zit een tengere, magere, oude man met knekel dunne botten en veel te groot hoofd. Een man die met zijn 84 jaar door heel de Boeddhistische wereld op handen wordt gedragen. Stilletjes sluipen we op kousen voeten zijn kamer binnen. Julley ; Julley. Wees welkom. Beleefd buigen we het hoofd en vouwen deemoedig de handen.Desgevraagd vertel ik in het kort de bedoeling van ons bezoek: het streven van onze school: het Sintermeertencollege om ook iets te kunnen betekenen voor andere kinderen, voor leeftijdsgenootjes ergens op de wereld, om ook hun een scholing een opleiding te kunnen geven. Vertel over de grote inzet van de leerlingen bij de jaarlijkse sponsorloop en kledingactie, over de Run de Bike de Walk en de Aerobicdance marathon. Hoe we er toch telkens in slagen per jaar fl. 40.000 tot fl. 50.000 gulden bijeen te krijgen. Dat we met dat geld al heel wat onderwijsdoelen hebben kunnen steunen. Het verblijf voor gehandicapten in Bolivia, het dorpsschooltje in Askoli in het onherbergzame Karakoram gebergte, het houten gebouwtje in Wouma in de Baliem vallei in Irian Jaya dat het met twijgen gevlochten hutje vervangen kon. Het ziekenhuis in Sentani; het blinde schooltje in Longido in Tanzania, de missiepost in Ethiopië, de opvang van straatkinderen in Brazilië en in Peru, nu dan de bouw van het kloosterschooltje in Spituk Ladakh. Ontroerd hoort hij mijn verhaal aan.
ZHH Bakula vertelt dan in lange bewoordingen over het belang van het onderwijs voor ieder kind. Zijn gevecht om in afgelegen bergdorpjes de ouders ervan te overtuigen dat hun kinderen maar beter naar het verre Leh moeten vertrekken, om scholing en onderwijs te genieten, in plaats van schapen en geiten te hoeden. Het grotere belang van algemene ontwikkeling op de lange termijn dan het korte gewin op de dag van vandaag.
De Rinpoche vervolgt zijn verhaal. Nu over de strijd in Ladakh voor het behoud van oude normen en waarden. De trend om alle cultuurschatten in te leveren voor westerse luxe. De strijd in Kasjmir waar Ladakh deel van uit maakt. Het oprukken van de moslimcultuur vanuit Pakistan. Het grote belang van de opleiding van de jonge monniken in het Boeddhisme. Want net de leer van Boeddha met als doel de geweldloosheid, het onderlinge begrip tussen de volkeren, tussen alle religies is van groot belang voor de wereldvrede.
Bakula vertelt over zijn verblijf in Mongolië waaronder het Stalinisme 100 Boeddhistische kloosters met de grond gelijk werden gemaakt en 200.000 monniken vermoord. In Ulan Batar bouwde hij met behulp van 40 monniken een nieuw klooster een “Spituk” als toonbeeld als voorbeeld voor de vele kloosters die nog gebouwd moeten worden. Weer komt hij terug op het onderwijs en richt zich nu speciaal tot Karin en mij, de leraren in onze groep. Hoe geweldig het is om leraar te mogen zijn, hoe groot en belangrijk het werk wat we doen. Hij toont ons zijn grote dankbaarheid en schenkt ons ieder een Katha, een witte sjaal.Een teken hier in het Boeddhisme van genegenheid dankbaarheid en vriendschap. Op onze beurt schenken we ZHH de Rinpoche een fotoboek over Nederland. We vertellen over ons landje, gedeeltelijk liggend onder de zeespiegel en beschermd door hoge dijken. Over onze Dutch Hills van 300 meter hoog over 16 miljoen mensen op een paar honderd vierkante kilometer op een gepropt. Later veel later dan gepland nemen wij ontroerd afscheid. Het bezoek heeft op een ieder van ons diepe indruk gemaakt. Ieder is stil en verwerkt de emoties op zijn of haar eigen manier.