Terug naar overzicht

Collega Dick Gebuys verzorgt vaak blogs op deze site. In een tweeluik dit keer herinneringen aan het Charlois Lyceum.

Blut

Volgens mij deden al mijn leraren op het Charloise Lyceum er wel wat bij. Voor de lol, voor hun idealen, voor hun ambitie, uit sociale verplichtingen, om hun vrije tijd door te komen. Maar heel veel wisten wij daar niet van. Mijn biologieleraar De Heer dweepte met wandelingen in de vrije natuur. Mijn favoriete leraar (geschiedenis) Oerlemans schreef voor een krant die ik toen wel heel erg moeilijk vond, de NRC, en hij schreef ook nog gedichten.
Mijnheer Van Dijk van Scheikunde werkte voor de vakbond van leraren.
Ik vertel nu maar wat wij dus wel wisten, hoorden of wat ons opviel. Nog maar een paar jaar geleden, kwam ik er achter – ik geloof mede door de biografie van Leo Beenhakker - dat onze gymleraar Ruud Nijdam ook buiten school de sport promootte, bijv, bij de Handbalvereniging van De Schutters. Nijdam was bij ons op school al heel actief. Ook als decaan, als begeleider van de schoolkrant, de schoolvereniging, de Zwitserlandreis, het leerlingencabaret… maar hij was dus ook nog in de handbalsport bezig, als trainer en bestuurslid. En hij steunde de jonge Leo Beenhakker die op zijn vroegere school aan de Ploegstrat had gezeten, om zijn CIOS-opleiding te kunnen doen.

Wij bekommerden ons niet zo erg over wat die leraren buiten school deden. Van hun privéleven wisten we ook nauwelijks iets af. Daar spraken leraren vroeger niet zo heel veel over. Ja, goed, dat mevrouw Gumbert die ik in de 2e voor Grieks had, zwanger was, daaraan viel niet te ontkomen. Haar vrij dikke buik was uiteindelijk ongeveer even groot als haar vrij geringe lengte. En dat Ruud Nijdam homoseksueel was, dat wist ook iedereen, zelfs degene (zoals ikzelf) die eerst nog niet wist wat homoseksueel was. Niet doordat Ruud dit anders zijn zo sterk afficheerde, integendeel. Maar omdat het nu eenmaal toen nog iets bijzonders was, en de roddelmachine onder leerlingen daar dus sterk op inpikte. En doordat Ruuds partner Jaap ook regelmatig op school opdook – voor hulp bij de genoemde schoolkrant of het leerlingencabaret.
Maar verder deden wij gewoon onze dingen. En hadden we wel allerlei voorstellingen rond die leraren, maar die klopten natuurlijk meestal van geen kanten.

Eén leraar nam op de een of andere manier zijn politieke betrokkenheid ook mee de klas in.
Gjalt Zondergeld, ook van Geschiedenis, was voorzitter van de afdeling Rotterdam van de PSP . Als ik goed wil weergeven wat ik van mijn beide leraren Geschiedenis leerde, dan denk ik dat ik van Jacques Oerlemans leerde (na)denken en dat ik van Gjalt Zondergeld kritisch naar de wereld om mij heen leerde kijken. Zondergeld behandelde bij ons onder andere de 80-jarige oorlog. Hij haalde grof de stofkam door alle uitwassen van de katholieke kerk in die dagen, maar confronteerde ons ook met het falen en feilen van de beweging rond Willem van Oranje en de rebellenbende van de Geuzen. Kortom, we beseften dat je al die schijnbaar vaste waarheden en eeuwenlang ingekleurde beelden niet zomaar voor onomstotelijk moest aanvaarden. Verschillende mensen uit mijn klas vonden dat vast vervelend. Die waren vergeten dat we bij Oerlemans hadden geleerd dat je basishouding er een van twijfel moest zijn. Die hielden toch nog steeds van vastigheid en zekerheid. Maar ik vond het mooi. Ik had wel waardering voor die lessen van Zondergeld.
De schoolleiding had dat geloof ik minder. Het gebeurde weleens dat er bij hem leerlingen uit de les werden verwijderd. Het verhaal ging dat zij niets te vrezen hadden als zij dan bij Rector Hovingh kwamen.
- Bij wie ben je eruit gestuurd?
- Bij Zondergeld.
- Oh, ga dan maar een uurtje in de aula zitten.
Zondergelds politieke ideeën zouden zo diametraal staan tegenover die van onze rector, dat die vanzelf de leerling gelijk gaf, die met hem in conflict kwam.

Ik weet niet in hoeverre het verhaal nu helemaal 100% waarheid bevat. Natuurlijk moeten we ook hieraan durven twijfelen. Maar vaststaat, dat de Rector en onze leraar Geschiedenis geen politieke bondgenoten van elkaar waren.
Religieus gezien kan ik Zondergeld niet zo goed meer duiden, maar hij leerde ons in elk geval ook kritisch te kijken naar iedere godsdienstige beweging in die 16e en 17e eeuw, terwijl Hovingh juist tot een zeer kleine, protestantste beweging scheen te behoren, die zich zo afzette tegen de mainstream in de Nederlands Hervormde Kerk, dat hij zich meer thuis voelde op een Openbare School. En de PSP wees ieder geloofsdogma radicaal af. Zij het dat de partij in haar pacifisme natuurlijk verwantschap vertoonde met bepaalde groepen christenradicalen.

Hadden veel leraren bijnamen toen?
Ik geloof dat dit meeviel. Mijnheer Jansen voor wiskunde, die bij de BPM in Indië had gewerkt en ook van Indisch bloed was, noemden wij Piet Papoea. En Ger van Mourik werd om een voor mij onnavolgbare reden ook wel Goofy genoemd. Leek hij op die stripfiguur uit de Donald Duck volgens de mensen die hem zo gedoopt hadden?
Hoe het ook zij: Zondergeld sprak voor ons vanzelf, dat werd Blut. Dit was zo erg, dat sommigen nooit meer zijn echte naam zeiden:
- Ik heb straks Blut.
- Was weer een lekker moeilijk proefwerk bij Blut!
- Zal wel weer discussiëren worden met Blut…
- Ik ben er uitgegooid bij Blut!
Sommige jongens die ik nog wel tegenkom in Rotterdam, oud-leerlingen die inmiddels een gerespecteerde carrière hebben of hebben gehad als advocaat, verkoopmanager of carrièrecoach, hoor ik het nog steeds zeggen, als we terugkijken:
- Weet je nog, toen kregen we Blut, voor geschiedenis…

 

Wordt vervolgd....