Terug naar overzicht

Mijnheer Gebuys dook in zijn geschiedenis op het Charlois Lyceum in Rotterdam. Bijnamen waren toen gewoon. Vandaag het tweede deel van mijnheer Blut.  Het eerste deel kun je hier lezen.

 

Over zijn voorzitterschap gingen allerlei verhalen. Ik was zeker op die leeftijd al politiek betrokken en had soms ook wel wat met die PSP. Henk Lankhorst kwam we sympathiek op me over en ook later Bram van der Lek. Maar ik kon weinig warmte voelen voor iemand als Fred van der Spek. Dat vond ik een drammer en een stoker. En hoewel hij als leraar heel gemoedelijk op me over kwam, had ik een bang vermoeden dat Blut in zijn partij ook een stoker kon zijn.
Ik wist het niet uit de feiten, naar zoiets echt serieus als een vergadering van zo’n partij-afdeling, durfde ik toen nog niet te gaan. Ook al was mijn leraar geschiedenis dan nog de voorzitter van die partijafdeling.
Ruud Nijdam – net als zijn partner Jaap Wolff jarenlang trouw en ook wel in meer of mindere mate actief lid van de plaatselijke PvdA – had zich wel een keer laten overhalen, Daar kon hij later nog gul lachend over vertellen. Het ging er inderdaad niet bepaald zachtzinnig aan toe:
- Dat de partij verziekt wordt, dat komt door jou, klootzak Zondergeld!!!
Van die dingen dus…

Gjalt had ook een keer iets suffigs met twee brieven uitgehaald, zo ging het andere verhaal.
Een waarschijnlijk wat boze brief over iets wat hem niet beviel was voor wethouder Van der Ploeg (PvdA), die eerst over onderwijs en later over de stadvernieuwing ging , de andere brief was voor een partijgenoot. Maar helaas stopte Zondergeld de brieven in de verkeerde envelop, zodat Van der Ploeg een brief openvouwde met de aanhef ‘Beste kameraad’ terwijl de kameraad van de partij de wenkbrauwen fronste bij ‘Geachte heer’…

Het is een woensdagmorgen. Zondergeld komt een beetje verdwaasd de klas binnen. Zijn ogen staan verdrietig. Wat zou er zijn?
- Ik ben mijn jas kwijt…
Hij had een vieze oude jas. Vol vlekken.
- We waren affiches over die van andere partijen aan het plakken. Voor de verkiezingscampagne van de Gemeenteraad. En toen zijn we aangehouden. En toen heb ik mijn jas af moeten geven, als bewijs. Omdat daar lijmplekken op zaten.
Nog meer vlekken op die jas. Wat kon je daar nou erg aan vinden.
- Dat was mijn jas waarmee ik vaak voor de partij op pad ben geweest!
De jas van de socialistische strijd…
Uiteindelijk liep het met Zondergeld en die afdeling-Rotterdam van de PSP niet zo goed af. Ik geloof dat er een bestuurscrisis kwam en dat hij uiteindelijk aftrad. Maar niet zo lang daarna was hij – tot onze spijt – ook weg op school. Waar Jacques Oerlemans was gaan lesgeven aan de UvA, ging hij ook naar Amsterdam, om aan de VU te gaan doceren.
Wij misten die twee mensen die ons denken activeerden. We kregen nu een leraar geschiedenis van wie wij het gevoel hadden dat wij hem de historische en de actuele toestand in de wereld moesten uit leggen. En na hem kwam een man wiens naam ook niet meteen vertrouwen inboezemde, want die heette Rost van Tonningen – maar toen was ook ik al van school af.
Op een middag was ik terug op een schoolbijeenkomst. Ik begon net te flirten met Joke, die ik toen ik nog leerling was daarvoor veel te jong vond en veel te mooi voor mij. Ik weet niet meer zo goed wat er gevierd werd. Was het een jubileum van de rector of nam Hovingh afscheid? In elk geval was er veel drank en waren er veel bitterballen. En Joke was er dus en … Gjalt Zondergeld.
- Laten we er nog een nemen Dick, het is toch voor niets. En pak een bitterbal!
Als niet zo heel erg bemiddelde en vooral veel boeken kopende student had ik meestal die neiging om te pakken wat gratis wa, en Gjalt kon ik het hier ook niet kwalijk nemen, die deed zijn naam eer aan.
Met wat glazen bier en veel jenever werden wij die middag een beetje aangeschoten en analyseerden wij geheel op onze breedvoerige wijze de toestand in de wereld.
Met Joke lukte het best daarna, en haar vader zette me thuis voor de deur af.

Tijdens mijn studie zag ik Zondergeld niet meer. Af en toe las ik iets over hem. Over zijn dissertatie-studie van de heimat-literatuur in Friesland in de jaren ’30. Steeds meer richtte hij zijn pijlen nu op het fascistisch denken, vroeger en nu. Zo ook op de beweging rond de antroposofie en Rudolf Steiner. En dus op de Kleine Aarde in Boxtel. Want deze instelling, onder leiding van Sietz Leeflang, die al heel vroeg een begrip als ‘duurzaamheid’ proclameerde, was ook geïnspireerd door de ideeënleer van Steiner.
Zondergeld werd in de jaren ’70 en ’80 eigenlijk een moderne variant van J.B.Charles , die na ’45 van leer trok tegen oud en nieuw fascisme in zijn boeken ‘Volg het spoor terug’ en ‘Van het kleine koude front’.
En hoewel ik het niet altijd 100% met hem eens kon zijn, bewonderde ik Zondergeld hier zeker om. Zoals ik ook Charles bewonderde. Ik vond het vooral prachtig hoe beiden fel van leer konden trekken tegen de veronderstelde vijanden van het vrije denken en het vrije woord.

Blut en ik kregen weer een beetje contact. Op een zondag gingen mijn toenmalige vriendin en ik naar hem en zijn vrouw Aukje toe. In Weesp. Ik had net een hevige verliefdheid achter de rug voor een in mijn ogen ultra-feministisch denkende schoonheid in Utrecht. Zij leerde mij dat ik mijn haar lang moest laten groeien, tuinbroeken moest dragen (liefst paarse) en vooral niet moest geloven wat de meeste mensen (lees mannen) dachten. Kennelijk had ik tegenover schoonheid weinig eigen wil, want ik liet mijn haar nog langer dan gewoonlijk groeien, ik probeerde zelfs een oorknopje en ik kocht veel paarse kleren en ook tuinbroeken. Ik werd in die tijd een van die vele intellectuelen in een tuinbroek, zoals je in onze tijd een trend hebt onder echte en would-be stadsintellectuelen, om met een bakfiets te rijden. En het ook voor wie nooit door modderig of sterk geaccidenteerd terrein moet nog steeds trendy is om toch een 4WD en/of een SUV te rijden.

Omdat ik in die tuinbroek en dat denken van die blonde fee in Utrecht wel een lijntje naar Blut zag, trok ik die ochtend thuis een van mijn tuinbroeken aan. Geen paarse, maar een cognackleurige ribcord. Iets vaneen non-conformistisch conformisme of zo. En ik nam een dure pen mee, die ik onlangs op school ‘gevonden’ had. Sjiek doen zonder geld, precies. En je wist nooit wat ik bij Gjalt nog op wilde schrijven.
Toen ik die ochtend in de trein ging zitten, scheurde mijn kruisnaad in de broek van voor tot achter. Het kwaad van onecht gewoon willen doen, strafte zichzelf. Mijn vriendin en ik probeerden met behulp van een flinke veiligheidsspeld de boel nog een beetje toonbaar te houden. Maar toen ik naar het toilet ging en mijn helpen afdeed, gebeurde er nog iets noodlottigs: de dure pen viel in de pot en vervolgens dus op de rails.
Terug in de coupé verteld ik het Ans.
Schuin tegenover ons zat een oudere vrouw.
- Dat moet je tegen de conducteur zeggen… die komen iedere week de rails schoonmaken en dan vinden ze die pen en krijg je hem terug.
Wij knikten braaf, maar dachten tegelijk: ‘Dat mens is knettergek’.
Helaas, toen de conducteur kwam, ontkwam ik er niet aan en moest ik mijn biecht doen, over die gevallen pen. Niet over die gescheurde broek.
De conducteur keek mij aan en dacht tegelijk: ‘Die vent is knettergek’.

Die middag in Weesp bij Gjalt en zijn vrouw Aukje en zijn kinderen werd heel erg leuk. Niemand maalde meer om die scheur in mijn broek en pennen waren er genoeg als ik iets wou opschrijven over onze boeiende gesprekken. Natuurlijk gingen die weer over alles wat in de wereld wel en niet deugde. Maar ook over het mooie in dit leven.
Zoals dat lekkere eten en die smaakvolle wijn.
Gjalt kwam naar Heerlen, voor een nascholing die ik met een collega organiseerde. Over ketters in de loop der tijden. Ik denk dat hij sprak over de ketters in de jaren ’30 en ’40.
Later kwam hij toevallig, zonder mijn bemiddeling nog eens terug voor een lezing in de Bibliotheek. Kregen we ook nog een stekelig gesprek, over die nascholing. Daarvan was de betaling op de een of andere manier niet naar wens verlopen. Of ging het over een ander moment, in Rotterdam? Bij een discussie over de uitwerking van het bombardement, in 1985 in de Bib. Ik weet het niet precies meer. Hoe het ook zij, als organisator meestal zonder geld, had ik mezelf kennelijk weer overbluft. En kon ik blut niet betalen wat ik wel beloofd scheen te hebben.

Niet hierdoor, maar door de drukte die het leven schijnt te bieden, verflauwden onze contacten opnieuw. Zondergeld nam afscheid als docent van de VU. Ik kocht een boekcadeau en wou gaan, maar door de nawerking van mijn scheiding voelde ik me op die vrijdag dat het afscheid plaatsvond te moe om ver te reizen. Ik schreef een klein briefje en dat was het dan. Ik geloof wel dat ik het boek meestuurde.
Einde aan een mooie reeks gesprekken, een prikkelend contact, een reeks lessen van een man die me deed beseffen dat iets lang niet altijd is, wat het lijkt te zijn.

Op internet zie ik dat Gjalt en Aukje gewerkt hebben aan een kloeke reeks over de geschiedenis van Weesp. Als Friezen zijn zij zich thuis gaan voelen in deze historische gemeente, waar zij dat mooie historische pand bewonen aan de Herensingel. Ze kregen er voor al hun werk allebei een erepenning.
Na een referendum sprak de bevolking van Weesp zich onlangs uit voor aansluiting bij de stad Amsterdam . Ik kan me nauwelijks voorstellen dat Gjalt het hiermee een is…
- Kijk, ik zal je uitleggen waarom dat niet klopt…
Ik zie die aarzelende, licht ironische blik, die me ook in die lessen op het Charlois Lyceum zo boeide. Die blik die je nieuwsgierig maakte naar wat kwam.
Dick Gebuys