Terug naar overzicht

Mijn eerste dag op Sintermeerten

Het was mijn eerste middag op Sintermeerten. De oude school nog aan de Kennedylaan.
Mijn eerste aftasten van de leraren: hoe zou die zijn, hoe zou díe zijn. Ik had die nacht voor het eerst op Limburgse grond geslapen, in een logeerkamer aan de Marcellusstraat bij de familie Vethaak. Later die maand zou ik bij hen een kamer betrekken in hun pension aan de Laanderstraat. Ik had mij mijn entree in Limburg ietwat anders voorgesteld, huizen genoeg dacht ik, eindelijk meer dan een kamer woonruimte, zoals ik slechts had gehad in Amsterdam en in Gent. Maar een dag rondkoetsen met Wim Robeerts van de administratie van de Onderwijsstichting Bernardinus had me geleerd dat het ook hier behelpen was met elke vierkante meter woongenot.
En zo zat ik daar. Kijkend naar collega Van Bragt die handvaardigheid gaf. En collega Broeren, die ik als sectievoorzitter Nederlands al had leren kennen bij mijn sollicitatie. Allebei Brabander, allebei het haar wat langer over de oren, in de casual kleding van die tijd, een jeans broek en een wat slordig overhemd. Ook nog bij elkaar in de buurt aan tafel. Leken mij wel dezelfde types. Later zou blijken hoezeer een eerste indruk vals kan zijn!
Geen idee meer wat ik precies gezegd heb om mij voor te stellen. Nieuwe collega’s moesten dat toen nog. Andragogische lesjes van de rector denk ik… Ik sprak in die tijd al vijf kwartier in een uur, dus ik kreeg mijn voorstellingsverhaaltje wel klaar. Maar wie zal er niet gedacht hebben: “Wat een moelejan!”?
De rest van de tijd verliep voor mij in een metataal die het onderwijs eigen is en waarvan de buitenstaander geen jota begrijpt. Een metataal die vooral voortspruit uit de schoolcultuur: begrippen die dus binnen die muren ‘gefundenes Fressen’ zijn, maar daarbuiten volledig abracadabra.
“En dan begint morgen het brugklaskamp, in Vilt.”
“Wie doet er mee in de vossenjacht?”
“Is het begeleidingsteam compleet voor de introductiedagen van HAVO 4?”
“Zijn alle klassenleraren mee naar Vilt?”
“Collega De Maeijer heeft zich met conrector Niessen bezig gehouden met de indeling van de drie brugklassen…”
“Jao, wij zijn uithehaan van de herkomst van de leerlingen: Cheerlen één Bk, Voerendaal 1 Bk en Klimmen/Chulsberg 1 Bk…”
Later zou ik begrijpen dat collega Constant De Maeijer afkomstig was uit een dorp in Zeeuws-Vlaanderen op de Belgische grens (ik weet nu niet meer of dat St. Janssteen bij Hulst was, of het iets westelijker en ook over de Belgische grens gelegen Koewacht was; ik hou het op het laatste dorp, want hij had ook twee paspoorten) en dat hij een dialect sprak dat erg Oost-Vlaams klonk. De Oost-Vlaming (zoals de Gentenaar, pardon de Hentenaar) maakt van de (zachte) ‘g’ een ‘h’ en van de ‘h’ een licht aangeblazen ‘ch’.
Kijk, daar steekt een man met een blonde haardos de vinger op.
“Hoe is er gewerkt met de uitslag van de CITO-toetsen?”
“Iedere klassenleraar heeft die, voor gebruik in de contacten met de ouders en in de vergaderingen.”
Die man met die blonde haardos en dat peukje shag tussen de lippen, heette Jan Kuiper, zo zou ik nog diezelfde middag weten. En hij stak vaak zijn vinger op.
“Ik herinner u eraan, mijnheer de rector, dat wat u voorstelt wel moet kloppen met de Algemene Instructie!”
Die Algemene Instructie was zo’n beetje een heilige koe hier op deze school. Dat was een democratische verworvenheid van de Algemene Docentenvergadering op het bestuur. Pardon, ook dat heette hier anders…
“Mijnheer Kuiper, wij leggen dit voor aan de ADV en aan het Bevoegd Gezag.”
Zonder dar ik er veel van snapte, zag ik wel al die docenten knikken.
Oh nee, één stelde toch nog een vraag:
“Wordt er ook rekening gehouden met het niet-onderwijzend personeel?”
Wat was dat nou weer? Mensen aanduiden met wat ze niet deden? Wat deden ze dan wel? Bij ons op de universiteit heette dat het technisch en administratief personeel. Als ik hier iets wou beginnen te doen, dan moest het dus dat zijn: die naam veranderen!
Het duizelde me wat, toen de vergadering voorbij bleek en twee mannen achter me kwamen staan. Die blonde en een kleinere.
“Ik ben Jan Kuiper,” zei de blonde.
“En ik Ger van der Meulen…”vervolgde die kleinere. “En wij gaan jou vandaag eens een beetje wegwijs maken in deze nieuwe school. Dat doen wij altijd met beginnende docenten.”
Mijn eerste dag op Sintermeerten zou eindigen aan de bar van Jan, in de Ross van Lennepstraat. Jan had een paar jaar wiskunde gegeven op Aruba en die bar als totem daarvandaan meegesleept.
Jan gaf wiskunde en Ger natuurkunde. Op mijn eigen middelbare school heb ik met beide vakken nooit iets gehad. Maar het werd een erg leuke middag. En Jan en Ger werden vrienden in Heerlen.
De volgende avond stond ik pannenkoeken te bakken in Vilt. Op het brugklaskamp op Scoutshill!



40 jaar op Sintermeerten

Jubileum Dick klein voor in 400

Mijn laatste studiejaar  
Ik had mijn studie aan de UvA nagenoeg afgerond. Alleen mijn doctoraalscriptie over de Karolingische ridderroman moest nog uitgebreid worden doorgesproken met mijn begeleider Herman Pleij. En daaraan gekoppeld mijn bijvakscriptie over de Middeleeuwse clan bij Geschiedenis. Maar ik mocht naar Gent om bij grote namen als Walter Prevenier, Raoul Van Caenegem, Adriaan Verhulst en Ludo Milis een jaar Middeleeuwse Geschiedens te studeren. En ik nam er ook nog lessen in de moraalfilosofie bij, die gegeven werden door de toen al in ons land vermaarde Jaap Kruithof.
Van Milis leerde ik dingen opzoeken, van Van Caenegem leerde ik met bronnen omgaan en van Prevenier leerde ik op vele manieren naar de werkelijkheid kijken. Maar Kruithof leerde me iets dat voor een echte wetenschapper onontbeerlijk is: aan alles en iedereen, dus ook aan jezelf twijfelen.  
Toen ik in Gent mijn examens achter de rug had – mijn cijfers ken ik niet meer, die hoorde ik ook niet allemaal, omdat ik niet voor een diploma maar slechts voor een getuigschrift op ging, maar ik weet wel dat ik bij Van Caenegem 16/20 had, wat bij hem behoorlijk veel was – kreeg ik in Amsterdam bij Herman Pleij en Eddy Grootes cum laude mijn doctoraaldiploma. En toen stond het voor mij vast: ik zou terug naar de Universiteit gaan, om te promoveren en misschien er ook wel te gaan werken.

Een jaartje leraar
Maar eerst zou ik een jaartje leraar zijn. Toen ik Nederlands ging studeren, had ik geen idee wat dat allemaal zou betekenen. Maar ik wist wel dat ik best graag leraar wilde worden. Ik kwam van een school - het Charloise Lyceum in Rotterdam-Zuid – waarop er een prettige sfeer was tussen leraren en leerlingen. Ik kwam soms bij mijn favoriete leraren thuis – Jacques Oerlemans die geschiedenis gaf, Wim van Alkemade die mij Grieks gaf en Ruud Nijdam die eerst gymdocent was, later decaan en nog later conrector.
Die sfeer was ook gebleven na mijn schooltijd. Wim van Alkemade en zijn vrouw Françoise vingen mij in Amsterdam op als ik in die grote vreemde stad met mijn ziel onder mijn arm liep – Wim was er op het Spinoza Lyceum gaan lesgeven; Jacques Oerlemans zou ik in de loop de jaren met tussenpozen terugzien en Ruud Nijdam heeft vele jaren aan onze klassendagen op 4 Havo hier meegewerkt.
Zoals op die school aan het Nachtegaalplein wou ik ook met leerlingen werken…
Maar ik was de wetenschap door Pleij, Prevenier en Kruithof ook interessant gaan vinden, dus een jaartje maar…
Voor dat voorgenomen jaartje overbrugging, had ik op het Bernardinus gesolliciteerd. Bij Pater Max van der Schoot, Martin Sijstermans en Jacques Kersten. Maar via die school was mijn sollicitatie hier op Sintermeerten terechtgekomen. En zo kwam het dat ik op een donderdagmiddag in de lente hier een sollicitatiegesprek had, met rector Henk Steneker, conrector Leo Niessen en sectievoorzitter Rien Broeren.
De sfeer in dat gesprek was me wel bevallen. Dus zou de school ook wel bevallen. Bovendien, zo zei Ludo Milis me “jij hebt zoveel vooroordelen tegenover Limburgers, dat het goed voor je is, er eens een jaartje heen te gaan!”. Die vooroordelen had ik inderdaad. Tegenover de Amsterdamse Limbo’s, die altijd op een eilandje bij elkaar stonden en in een onverstaanbaar taaltje stonden te ‘lullepotten’. En die als je een kritische opmerking maakte op een college repliceerden met “Dat zeg jij omdat ik Limburger ben!”
Dus ik ging, voor een jaar naar Heerlen.
Lang haar, alternatieve kleding, baardje… werd de eerste tijd door menige vrouw van een collega voor een leerling versleten. Maar had het best naar mijn zin.
Ik overlegde met Wim Gerritsen in Utrecht over een promotieplek. Rond de ridderverhalen over de tovenaar Malegijs. Filologisch handschriftenonderzoek. Bureauwerk, bibliotheekwerk, monnikenwerk.  
Ik had de promotiebeurs van ZWO maar aan te vragen.
Maar ik deed het niet. Ik vond het niet uitdagend genoeg. Het woog niet op tegen de dynamiek van het leraarschap.
Bovendien, het ging niet vanzelf, maar Limburg wende.
Dus ik ging voor een jaartje naar Heerlen en ging er tot de dag van vandaag, meer dan 40 jaar later, niet meer weg.

40 jaar herinneringen  
Hardlopen met Jos Smeets en Frans Vermeulen, een renklasje overnemen van Bas van Bergen, toneelspelen met brugklassers en bovenbouw-leerlingen. ‘Het Stenen Bruidsbed’ van Harry Mulisch doen in de Grote Zaal van de Stadsschouwburg, onder het toeziend oog van de meester zelf. Vele jaren toneel in Theater Lexor. Met leerlingen een eigen talkshow maken ‘L(ive) U(it) L(exor)’. Tientallen schrijvers naar school halen, zoals Marion Bloem, haar man Ivan Wolffers, Ton van Reen, Leo Herberghs, Max Dendermonde, Jan de Hartog, Leon de Winter,  Kader Adbolah, Khalid Boudou, Hafid Bouazza, Rosita Steenbeek, Yasmine Allas en Jan Siebelink…
39 keer tot nog toe met leerlingen naar Vlaanderen en daar ook de leerlingen weer onderdompelen in een bescheiden cultureel bad. We spraken er 26 jaar met Jef Geeraerts, en nu al weer een aantal jaren met Kris van Steenberge en Natascha van Weezel.
Ik ging met leerlingen naar een conferentie over milieueducatie in Truro, Canada en in Aberdeen, Schotland. Wij organiseerden onze eigen CEDER-conferentie op Rolduc, Kerkrade.
Ik mocht twee keer met een groep leerlingen naar Vietnam gaan.
Mijn eigen leermeesters lokte ik naar onze school: Walter Prevenier, Herman Pleij en Ludo Milis, maar ook mijn andere leraar Geschiedenis van vroeger, Gjalt Zondergeld.
De ene herinnering stapelt zich op de andere en het zijn er teveel om ze allemaal de plek hier te geven die ze zou toekomen! Nou ja, misschien deze ene: Max Dendermonde had een plot opgevat, dat kwam uit een verhaal dat ik hem vertelde. Het zou een boek worden dat zich op een school als de onze zou afspelen. Hij sprak er met leerlingen over wiens schaduwpersonage in het boek zou meespelen: Joost Laurense, Mireille Kempener en Suzanne Speetjens. Tussen Suzanne en hem kwam het zelf tot een briefwisseling. Maar Max stief vrij onverwacht en het boek kwam nooit af.      
Mooie jaren waren het, vol met mooie lessen, soms wellicht ook lessen die voor de ene of de andere leerling saai waren, maar vooral vol met mooie herinneringen. Als ik reacties krijg van oud-leerlingen op facebook, ontroeren die me meestal.   

Een onderwijsdag
Ik ben de persoon niet voor een stijve zitting met gestreken gezichten en zogenaamd vriendelijke of zelfs complimenteuze toespraken. Daar krijg ik binnen enkele minuten al jeuk van. Dus ging ik vorig jaar naar rector Paul Thönissen toe en ik vroeg hem of ik een onderwijsdag mocht organiseren. Een onderwijsdag waarop ik oud-leerlingen, vrienden en bekenden met leerlingen van nu zou laten werken.
Waarmee ik dus in feite zowel terug als vooruit zou kunnen kijken. Terug op al die jaren waarin die leerlingen op school waren opgeleid en op wat zij daarna geworden waren, vooruit in de wereld van nu en de toekomst via de lessen en workshops van die dag.
Zo is deze dag van maandag 11 november tot stand gekomen. Een dag die ik nooit had kunnen organiseren zonder dat gigagroot netwerk dat ik in de loop der jaren heb opgebouwd. En dat was nooit zo groot geworden als er geen sociale netwerken waren als Facebook en LinkedIn.        

11 november
Ik hou ervan mensen bij elkaar te brengen. Van alle plekken waar ik kom of gekomen ben.
Dat moest deze dag ook weerspiegelen. Naast een soort tijdslijn vanaf mijn eigen middelbare school, via de universiteit naar Sintermeerten.
Mijn leermeesters ontbreken om allerlei redenen: reizen voor colleges of tv-werk, persoonlijke omstandigheden. Maar van mijn eigen middelbare school is advocaat John van der Wouden er, die bij mij in de Brugklas zat in 1966. Van mijn studietijd is Jan Denolf er, met wie ik in de werkgroep Historische Kritiek bij Van Caenegem zat, in 1978. Jan en acteur Eddy Vereycken en oud-leerlinge Ester Bertrand vertegenwoordigen België. John maakt deel uit van het Rotterdamse smaldeel, met Joop van der Hor, Hamit Karakus, en oud-leerlingen Rutha Ghebremedhin en Petra Paffen. Uit Amsterdam komen Yasmine Allas en oud-leerling Bram Creusen. Maar dit zijn maar enkele namen uit de lange reeks van 49 gastdocenten.
Ik verheug me heel erg op deze mooie dag met heel erg veel en ook heel erg afwisselende activiteiten. Het is goed om op deze manier de wereld de school in te halen. Ik hoop dat wij allemaal de leuke dag zullen beleven die ik me er nu bij voorstel.     
Voor de sfeer op de momenten die daarvoor geschikt zijn, draait de bekendste dj uit Heerlen – Lex Nelissen – plaatjes uit die afgelopen 40 jaar.
En als het allemaal voorbij lijkt te zijn, ga ik zelf nog iets doen. Met eigen verhalen en gedichten, Begeleid door Ivo Rosbeek (piano) en Roger Moreno (accordeon). In ons programma zal Lex Nelissen ook nog enige van zijn tophits zingen!


Jubileum Dick infoto1 1140

 Bekijk het interview van Lex Nelissen met Dick Gebuys bij RTV Parkstad


Jubileum programma 11 november

10.00 uur > ontvangst gasten
11.00 uur >aanvang minilesjes  
13:00 uur > lunch
14:00 uur > open podium
15:00 uur > optreden Dick, Ivo, Roger en Lex
16:00 uur > borrel als afsluiter  


Boekenkraam

Tijdens deze  feestelijke dag is op de 3e verdieping een boekenkraam ingericht. Gastdocenten die boeken gepubliceerd hebben zijn hier aanwezig en signeren graag hun werk. Een dank aan boekhandel Funcken uit Landgraaf. De boekhandel draagt zorg voor deze leuke boekenkraam.